Opinie

18 februari 2014

Niet-gelovigen moet je ook beschermen

Waarom zou de rechter alleen gelovigen moeten beschermen? Jeroen van Nunen vindt zijn geloof (in de evolutietheorie bijvoorbeeld) minstens even waardevol.

Bij het opiniestuk ‘De rechter moet gelovigen beschermen’ van hoogleraar Wouter Veraart in Advalvas nr 10 viel mijn mond open van verbazing. Het feit dat Geert Wilders de Koran fascistisch noemt, vindt Veraart dermate beledigend dat hij hiervoor gestraft zou moeten worden. In Veraarts visie hebben gelovigen meer rechten dan niet-gelovigen. Immers, een niet-gelovige geniet géén extra bescherming tegen beledigende teksten en uitlatingen.

Geloven doe ik zelf ook. Ik geloof in de evolutietheorie omdat hiervoor wetenschappelijk bewijs is. Daarnaast geloof ik dat iedereen gelijk is: homoseksuelen en vrouwen hebben net zoveel rechten als heteroseksuele mannen. Waarschijnlijk ligt hier het probleem van mijn geloof. Maakt het feit dat er voor mijn geloof wel wetenschappelijk bewijs is, dat de evolutietheorie eigenlijk geen geloof is? Wanneer een moslim de evolutietheorie fascistisch noemt, valt dit dan ook onder godslastering? Als een fundamentalistische moslim homoseksuelen varkens noemt of vrouwen minder rechten toeschrijft, valt dit dan ook onder godslastering? Deze vragen leiden direct tot de antwoorden. Mijn geloof is volgens Veraart kennelijk minder waard dan dat van de moslim of de protestant.

Het is erg lastig te bepalen wanneer iets onder een geloof valt. Iedereen heeft zijn eigen geloof en levensopvattingen. Dat je aan een bepaalde levensopvatting geen naam kunt koppelen, wil nog niet zeggen dat deze minder waard is. Echter, volgens Veraart verdienen moslims, katholieken en protestanten extra bescherming. Meer dan ieder ander. Dit lijkt mij het toppunt van willekeur en in strijd met het gelijkheidsbeginsel.

En hoe kun je bepalen wanneer iemand iets als beledigend ervaart. Dit is erg subjectief. Zo zal het mij bijvoorbeeld niet zoveel kunnen schelen als iemand mijn geloof als fascistisch bestempelt. Algemene maatstaven zijn in die zin zeer moeilijk vast te stellen. Bij een strafbare belediging ligt daarom de grens tussen het beledigen van een persoon zelf en zijn geloof, dat lijkt mij niet meer dan logisch. Immers, iedereen heeft een geloof. Als iemand gelooft in de duivel en een ander dit als belachelijk bestempelt, zou dit volgens Veraart ook onder een strafbare belediging kunnen vallen.

In moreel relativisme wil ik nog wel meegaan. Echter, met inachtneming van het schadebeginsel en een scheiding van kerk en staat. Geloof is een privéaangelegenheid waarbij iedereen volledige vrijheid moet kunnen genieten. Dat de VU dankzij subsidies aparte gebedsruimtes bouwt voor mannen en vrouwen is mij een doorn in het oog. Het faciliteren van ongelijkheid tussen mannen en vrouwen lijkt mij in strijd met alle waarden die een wetenschappelijke instantie hoort te hanteren. Een algemene stilteruimte waar iedereen met een geloof of een levensopvatting terecht kan, lijkt mij gepaster.

De rechter heeft het in de zaak-Wilders heel goed begrepen. Het beschermen van de vrijheid van meningsuiting weegt vele malen zwaarder dan het onbeperkt beschermen van een eeuwenoud boek met verhalen. Mocht een gelovige zelf beledigd worden, dan geniet hij, net als ieder ander, bescherming conform het algemene wetsartikel voor belediging.

Jeroen van Nunen, masterstudent privaatrecht

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.