Opinie

30 april 2019

Minder melk, meer winst

Als we koeien niet zo extreem veel melk laten geven, is dat goed voor het milieu, bepleiten Jan Willem Erisman en Marjan Minnesma.

De overheid is door de Rechtbank en het Hof gemaand meer werk te maken van CO2-reductie. Urgenda stelt extra maatregelen voor die tot voldoende CO2-reductie leiden. Een van de maatregelen is krimp en verandering van de veestapel en levert per jaar een reductie op van 3 megaton CO2-equivalent. Dat is na het sluiten van de kolencentrales een van de grootste maatregelen voor het klimaat. Daarnaast verbetert het de biodiversiteit. Het is echter niet de bedoeling om de boeren weer het kind van de rekening te laten worden, want die hebben de laatste jaren maatregel na maatregel over zich heen gekregen.

Toch is er een goede reden om te kijken naar het aantal koeien, want als we dat zelf niet doen, dan zullen we waarschijnlijk door Brussel gedwongen worden tot vergaande maatregelen. Nederland stoot namelijk te veel stikstof uit en produceert nog steeds relatief veel mest, beide zorgen dat we niet aan de EU-normen voldoen, waarvoor Nederland heeft getekend.

Stikstof, waarvan de melkveehouderij de grootste bron is, heeft negatieve effecten op natuurgebieden, insecten, bodemleven en gezondheid. Om in 2030 de EU-normen en de negatieve effecten sterk te beperken zullen we zeker 30 procent moeten verminderen: minder (kunst)mest, minder krachtvoer en dus minder koeien óf veel minder melk per koe.

Om een herhaling van 2016 te voorkomen, toen 160.000 koeien met paniekmaatregelen ineens naar de slacht moesten, omdat we niet voldeden aan de EU-normen voor fosfaat, kunnen we nu beter zelf het heft in handen nemen, zonder dat de boer minder inkomsten krijgt. Een deel van de oplossing kan liggen in koeien minder melk laten geven. Koeien die nu extreem veel melk geven, kun je 15 à 20 procent afbouwen door krachtvoervermindering en kunstmestreductie. De overige 10 procent reductie zal dan moeten zitten in een krimp van de veestapel en het kiezen voor andere koeienrassen.

We weten inmiddels dat minder koeien en een betere balans tussen het aantal koeien en de hoeveelheid land niet alleen leiden tot lagere opbrengsten, maar ook tot minder kosten. Per saldo hoeft de boer er niet op achteruit te gaan. Dit biedt perspectief voor meer melkveehouders. Als we zo’n grote verandering willen doorvoeren, dan zullen we boeren wel moeten helpen, met kennis en budget om het inkomensverlies te compenseren. Er zijn voldoende goede voorbeelden die goed volgen verdienen. Nu is er veel geld gereserveerd voor de aanpak van de stikstofproblematiek, alleen al 2,2 miljard euro voor verbetering van de natuurkwaliteit. Laten we dat inzetten voor de omschakeling naar een volhoudbare landbouw.

Wachten we totdat de EU ingrijpt, of kiezen we voor een aanpak waarin alle maatschappelijke opgaven in samenhang worden opgepakt? Door nu als samenleving de rekening op te pakken, dragen we bij aan een veehouderij die maatschappelijk gewenst is en ook toekomstperspectief heeft. Het resulteert bovendien in een aanzienlijke vermindering van broeikasgassen en andere maatschappelijke kosten. Het vraagt wel lef.

Jan Willem Erisman is VU-hoogleraar integrale stikstofstudies en directeur-bestuurder Louis Bolk Instituut en Marjan Minnesma is directeur Urgenda.

Dit is een ingekorte versie van hun opiniestuk dat eerder is verschenen in dagblad Trouw.

 

Jan Willem Erisman en Marjan Minnesma

hits 102

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.