Opinie

10 maart 2014

Laat gemeenten hun gang gaan

Het rijk behandelt de gemeente als een onverantwoordelijke puber.

De verzorgingsstaat gaat op de schop: burgers worden aangesproken op hun eigen verantwoordelijkheid en gemeenten nemen taken over van de rijksoverheid. Door de invoering van de Wet Werk en Bijstand (WWB, 2004) hebben gemeenten een grotere financiële verantwoordelijkheid om mensen met een bijstandsuitkering weer aan het werk te krijgen en na de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo, 2007) moeten zij voor mensen met een beperking hulp bij het huishouden organiseren. En er staan nog meer, grotere decentralisaties op til. Vanaf 2015 krijgen gemeenten nieuwe taken, onder andere voor mensen met een Wajong-uitkering en GGZ-achtergrond.

100.000 ongeruste experts

De gedachte achter de hele decentralisatieoperatie is dat de dienstverlening hierdoor meer integraal, doelmatiger en laagdrempeliger wordt. De verwachtingen zijn hooggespannen, maar er is ook ongerustheid. Zo hebben bijna 100.000 bestuurders, professionals en ouders hun handtekening gezet onder een petitie tegen de invoering van de nieuwe Jeugdwet. Zij vrezen dat de decentralisatie nadelig is voor de kwaliteit van de zorg voor de jeugd, met name voor jongeren met een psychische aandoening.

Controle op controle

Om de kwaliteit in de gaten te houden en incidenten te voorkomen, houdt de nationale politiek de vinger aan de pols. De nieuwe decentrale wetten worden opgetuigd met kwaliteitsregisters, certificering en verantwoordingsinformatie. En men werkt aan monitors die de voortgang en resultaten van gemeenten moeten volgen.

Het rijk is als een overbezorgde moeder

Het doet denken aan de puber die van zijn ouders op kamers mag, maar dagelijks naar huis moet bellen om verantwoording af te leggen: eet je wel gezond? maak je het niet te laat in de kroeg? Het controleren gebeurt met de beste bedoelingen, maar of het in het belang is van de puber, in casu de gemeente, valt te betwijfelen. Want wat doe je als je zo op de vingers gekeken wordt en ook nog eens fors moet bezuinigen? Dan wordt het verleidelijk om standaardmodellen te kopiëren en landelijke trends achterna te lopen. Momenteel zijn sociale wijkteams dé trend in gemeenteland. In zulke teams werken eerstelijns professionals zoals de verpleegkundige en maatschappelijk werker samen om bewoners te ondersteunen en activeren.

Er is niet één beste manier

De plotselinge en massale keuze voor wijkteams lijkt contrair aan de decentralisatiegedachte. Het argument om taken naar gemeenten over te hevelen is immers dat zij beter dan de rijksoverheid in staat zijn om beleid af te stemmen op de specifieke lokale situatie. Er is dus niet één beste manier om een wijkteam in te richten. Het is zelfs mogelijk dat een gemeente en haar burgers beter af zijn zonder zo’n team.

Tijd nodig om te leren

Mijn promotieonderzoek naar de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning in drie grote gemeenten laat zien dat aansluiting bij bestaande lokale organisaties en tradities cruciaal is om tot succesvolle verandering te komen en dat kost tijd. Tijd om te experimenteren, tijd om te leren. De nationale politiek kan dat proces ondersteunen door zich een terughoudende rol aan te meten en verwachtingen te temperen. Als er al (financieel) succes te behalen is door decentralisatie, dan lukt dat alleen als gemeenten het vertrouwen krijgen om lokaal te leren.

Judith van der Veer, postdoc onderzoeker, afdeling Bestuurswetenschap en Politicologie.

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.