Werken op de gesloten afdeling

OPINIE

01 februari 2018

Werken op de gesloten afdeling

In de besloten kantoorgebieden zijn werknemers vaak portier tegen wil en dank. Of voelen zich gevangenbewaarder. Bram Faber zag in drie jaar een nieuw normenkader ontstaan.

Steeds meer VU-medewerkers hebben ermee te maken: het Besloten Kantoorgebied. Met hoge glazen deuren en wanden worden hele verdiepingen in binnen- en buitenwereld verdeeld. Die glazen deuren zijn tevens meteen de enige deuren die op slot zijn. Een heel verschil met de oude afdeling, waar vaak elke werkkamer een eigen sleutel had.

Medewerkers kunnen met een pasje de besloten kantoorgebieden betreden, maar studenten en bezoekers hebben geen vrije toegang. Als ze een afspraak hebben nemen ze contact op met wie ze moeten hebben, en die persoon kan hen dan weer binnen- en buitenlaten.

Het is eigenlijk een meer dan logische stap: geen zoete inval meer van studenten en bezoekers, eindelijk controle over je eigen tijd. En je hoeft niet meer altijd de deur op slot te draaien als je een pagina wilt printen aan het einde van de gang.

Maar na zo’n drie jaar te hebben vertoefd in het Besloten Kantoorgebied, loont het de moeite om eens de balans op te maken. Er zijn immers genoeg ongemakken waar in de papieren werkelijkheid niet over wordt gerept.

Mijn verdieping bleek een sluiproute te zijn naar goed bezochte collegezalen

In theorie kunnen studenten en bezoekers contact opnemen met hun contactpersoon via een schermpje bij de ingang van de glazen wand, of met het secretariaat als die persoon niet opneemt. Die schermen worden echter vaak niet gebruikt, of zijn überhaupt buiten gebruik, en lang niet op alle verdiepingen met een Besloten Kantoorgebied zit er een secretariaat bij de deur om wind uit de zeilen te kunnen nemen. Mijn oude werkplek zat vlakbij de deur, met als gevolg dat een paar keer per week wel iemand op de ruit tikte om te vragen of die erin mocht. (En aan de andere kant er weer uit: mijn verdieping bleek een sluiproute te zijn naar goed bezochte collegezalen.)

Werknemers aan de rand van het besloten gebied zijn vaak portier tegen wil en dank geworden. Anderzijds voel je je ook een soort gevangenbewaarder als je een gast hebt die je moet begeleiden naar je werkplek, en ook weer uit moet geleiden. ‘Dit is de gesloten afdeling’, zeggen de meesten dan gekscherend.

Gênant, wanneer je iemand om autorisatie vraagt die al tien jaar op de afdeling blijkt rond te lopen

Die vorm van zelfdisciplinering leidt tot een interessant nieuw normenkader. Ook op het gebied van handhaving word je namelijk min of meer gedwongen tot handelen op het moment dat iemand met je mee probeert te lopen, het gesloten gebied in of uit. Ook als die persoon niet van kwade zin is. Sommige mensen gaan erg luchtig en goedgelovig met die verantwoordelijkheid om. Anderen ligt die disciplinerende rol juist weer iets te goed: vol overgave wordt er om beweegredenen gevraagd om naar binnen te gaan, om contactpersonen, namen en rugnummers. Dat kan ook weer tot gênante situaties leiden, wanneer je iemand die achter je aanloopt om autorisatie vraagt die bijvoorbeeld al tien jaar op de afdeling blijkt rond te lopen, alleen misschien net niet die dagen dat jij meestal werkt.

Mij ligt die disciplinerende rol buitengewoon slecht. En mij niet alleen: wie wil er nu continu de bewaker van de poort uithangen? Ik zie gangen dichtgebouwd worden met kasten, om oogcontact tussen de werkplek en voorbij de glazen wand tot een minimum te beperken. Zelf loop ik ondertussen vaak een stukje om als ik iemand bij de ingang zie dralen.  Dan toch maar een portier op iedere verdieping nemen?

Bram Faber is junior onderzoeker aan de School of Economics and Business

Bram Faber
hits 2199

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.