Popup-Niks-missen-2.png

OPINIE

17 mei 2018

De onrechtvaardigheid van diversiteit

Jurriaan Mulder vraagt zich af of de manier waarop de VU diversiteit stimuleert wel de juiste is.

Divers is hip. Een workplace zonder divers team kan écht niet meer en op universiteiten schieten initiatieven rondom diversiteit als paddenstoelen uit de grond. Wat drijft deze ontwikkeling?

Is het echt de heilzame weg voorwaarts? Als student politicologie vroeg ik mij deze dingen af en via diverse wegen vond ik mijn antwoorden. De VU draagt uit dat zij diversiteit belangrijk vindt. Het diversiteitsteam is drie mensen sterk en bestaat uit Karen van Oudenhoven-van der Zee, Wim Haan en Yvonne Moonen-Thompson. Dit team ontving mij graag om mijn vragen te stellen.

Volgens eigen zeggen zetelt het team in het centrum van de universitaire macht. Het diversiteitsbeleid heeft ook haar eigen VU-webpagina: over hun profiel en missie. Hier begon het voor mij al te knagen, want waar zij inleiden met diversiteit van ‘gender, seksuele oriëntatie, nationaliteiten, culturen, denkwijzen en religies’, overheerst het seksuele en etnische onderdeel. Dit beeld zag Moonen-Thompson ook. Dit terwijl Wim Haan aangaf de diversiteit van denkwijzen als het ultieme doel van het diversiteitsbeleid te zien. Haan heeft ook altijd aangegeven dat “voor mij diversiteit een veelheid aan opvattingen en perspectieven [is], waaraan culturele diversiteit en genderdiversiteit en dergelijke instrumenteel zijn.”

Wat dit impliceert is volgens mij gevaarlijker dan meneer Haan, vanuit alle goede bedoelingen, inziet. Dit impliceert dat opvattingen en perspectieven voornamelijk bepaald worden door culturele en seksuele achtergrond. Hoewel dit deels klopt, verwacht je van een wetenschapper dat deze los van zijn achtergrond kan opereren, in het bedenken en uitwisselen van ideeën. Dat er zulk beleid is, dat ervan uitgaat dat je afkomst belangrijker is dan onafhankelijk opgedane ideeën, is voor mij onbegrijpelijk.

Haan bracht ook een maatschappelijk argument: door diversiteit te verweven met het curriculum kunnen wij onze studenten beter voorbereiden op de arbeidsmarkt. Zo redeneerde hij dat een geneeskundestudent inzicht moet hebben in verschillende culturen, om in staat te zijn als huisarts in een grote stad te werken. Dit is al simpelweg een argument tegen ‘diversiteit brengt kwaliteit’, aangezien het curriculum moet inleveren om ‘diversiteit’ toe te voegen.

Daarbij is het eigenlijk een vorm van overgave. We zeggen: ‘U bent niet bereid voldoende te integreren om uw leed te communiceren met onze geneeskundige insituties, dus wij passen óns wel aan ú aan.’ De wereld op zijn kop. Als dit een van de belangrijkste argumenten voor het bestaan van het diversiteitsbeleid is, dan wordt het verkeerde probleem aangepakt. Blijkbaar is het integratiebeleid in Nederland dermate slecht dat groepen mensen niet hun aandoeningen kunnen bespreken met geneeskundigen. Daar zou de student niet voor moeten opdraaien. Maar dat lijkt wel te gebeuren.

Diversiteit moet geen doel op zichzelf worden. Ook moet het niet als doel hebben om alle studenten tot halve antropoloog op te leiden. Het kernideaal dat Haan verwoordt – diversiteit van perspectieven en opvattingen – deel ik volledig. Maar wij moeten ons als universiteit in alle ernst afvragen of dit wel de manier is hoe we daar komen.

De auteur is student politicologie.

Jurriaan Mulder

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.