Burgemeesters baas van de raad? Bijzonder onverstandig!

OPINIE

26 maart 2018

Burgemeesters baas van de raad? Bijzonder onverstandig!

Burgemeesters hebben geen nieuwe bevoegdheden nodig, vindt Fred Fleurke.

De voorzitter van het Genootschap van Burgemeesters, Liesbeth Spies, en de vicevoorzitter van de VNG, Hubert Bruls, bepleitten vorig jaar nieuwe bevoegdheden voor de burgemeester om metterdaad in te grijpen als de gemeenteraad een verkeerd besluit neemt. Aanleiding hiervoor was de kwestie rond de benoeming van een wethouder van de gemeente Brunssum.

In het huidige systeem heeft de burgemeester de taak om zaken die het daglicht niet kunnen verdragen, aan de orde te stellen en aan te pakken. De wet geeft hem met zoveel woorden de bevoegdheid de bestuurlijke integriteit te bevorderen. Hij heeft daarvoor geen specifieke bevoegdheden gekregen, maar opereert op basis van zijn gezag en overtuigingskracht. Heeft hij daarmee geen succes, dan kan hij het besluit waar het om gaat opspelen naar een hoger bestuursniveau.

Spies en Bruls vinden dat dit onvoldoende is. Een ‘structurele oplossing’ is noodzakelijk, waarbij de zorgplicht voor bestuursorganen moet worden aangescherpt, burgemeesters instrumenten moeten krijgen om in te grijpen, en als klap op de vuurpijl de Wet op de ondermijning zodanig moet worden ingericht dat niet alleen beïnvloeding van het openbaar bestuur door criminelen wordt tegengegaan, maar ook gebeurtenissen als in Brunssum worden bestreden.

Dit is een bijzonder onverstandig voorstel. In de eerste plaats miskent het de positie van de gemeenteraad als het hoogste bestuursorgaan van de gemeente. Hoe onbevredigend of onwijs een besluit van een gemeenteraad soms ook mag zijn, het zou nog onbevredigender en onwijzer zijn als een ander bestuursorgaan van dezelfde gemeente, in dit geval de burgemeester, het democratisch gekozen orgaan zou kunnen overrulen.

In de tweede plaats miskent het voorstel dat er al een interventiestructuur bestaat die adequaat functioneert. De interbestuurlijke verhoudingen in Nederland zijn zodanig dat als een gemeente in de fout gaat, van buitenaf kan worden ingegrepen. Het motief daarvoor is dat met de beschadiging van het aanzien van een gemeente ook het aanzien van de staat als geheel in het geding is. Als de burgemeester er niet in slaagt een verkeerd besluit van de gemeenteraad te voorkomen of te recupereren, kan hij de commissaris van de koning vragen om bemiddeling. Heeft ook dit niet het beoogde effect, dan kan hij het omstreden besluit voor vernietiging voordragen aan de minister van binnenlandse zaken. In het uiterste geval, als de toestand in een gemeente helemaal uit de hand is gelopen, kan het bestuur van de gemeente zelfs tijdelijk worden overgenomen.

Het nadeel van het geven van doorzettingsmacht aan de burgemeester is niet alleen dat de positie van het democratisch gekozen bestuursorgaan, de gemeenteraad, wordt aangetast, ook krijgt de burgemeester in zijn rol als voorzitter van de raad de rol van interne toezichthouder. Een besluit nemen of voorkomen tegen de zin van de gemeenteraad zal het aanzien van de burgemeester als gezaghebbend leider niet bevorderen. Integendeel, zijn positie kan in het gewoel van de strijdende partijen schade oplopen.

Het voordeel van ingrijpen vanaf een hoger bestuursniveau, de commissaris van de koning dan wel de minister, is juist dat bemiddeling of interventie veel gemakkelijker wordt geaccepteerd en dat in de gemeente geen extra schade ontstaat in de nasleep van de interventie.

Als er al sprake is van een omissie in de wet, dan zal men moeten kijken naar de effectiviteit van de regeling die er nu is. Er is echter geen enkele aanwijzing dat deze regeling niet voldoet.

De auteur is emeritus hoogleraar bestuurskunde aan de VU.

Dit opiniestuk verscheen eerder in dagblad Trouw.

hits 7905

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.