Popup-Niks-missen-2.png

OPINIE

19 mei 2021

Academici zijn niet de mythische superhelden die ze moeten zijn

Subtitel

VU-onderzoeker Katinka van der Kooij ondervindt aan den lijve hoe hoog de tol is die van wetenschappers wordt geëist, en ziet dat de academische cultuur naar de dokter moet. ‘Een recept van 1,1 miljard, zoals becijferd door PwC, zou een mooi begin zijn.’

Om de wetenschap gezond te houden, is een nieuw systeem van erkennen en waarderen nodig, roepen academici en beleidsmakers steeds luider. In april luidde een brede coalitie van studenten, bestuurders, vakbonden, werknemers en wetenschappers de noodklok: door structurele onderfinanciering staat wetenschappers en studenten het water tot aan de lippen.

In het huidige competitieve systeem lijkt bovendien alleen plaats voor een mythische superheld, een alleskunner die zowel een excellent onderzoeker als een gepassioneerd docent is, maatschappelijk betrokken is en tonnen aan subsidies weet binnen te halen. Wetenschappers spiegelen zich aan deze mythische superheld, die hen ’s nachts wakker houdt en hun sociale leven even karig maakt als dat van een kopieermachine in lockdown. De Amsterdam Young Academy, een netwerk van jonge academici aan de Vrije Universiteit en de Universiteit van Amsterdam, vraagt zich af waar dat beeld van die mythische superheld vandaan komt.

Meedingen naar onderzoekssubsidie

Het gevoel een mythische superheld te móéten zijn, komt misschien nergens zo sterk naar voren als bij het meedingen naar onderzoekssubsidie van NWO. Die omschrijft de doelgroep voor de Vidi-subsidie namelijk als “excellente onderzoekers met een opvallend en origineel talent en een grote fascinatie voor het doen van uitdagend en grensverleggend onderzoek.” Dat klinkt alsof het geld naar de grote denkers gaat. De realiteit is echter anders, weten de meeste academici.

Vrijwel iedereen kent voorbeelden van wetenschappers met een indrukwekkende publicatielijst die halverwege hun carrière toch geen Vidi-beurs binnenhalen en de wetenschap noodgedwongen moeten verlaten. Ook kennen de meesten enkele hoopvolle voorbeelden die met een op het oog minder indrukwekkende staat van dienst de competitie wonnen. Er zijn te veel goede wetenschappers, en daarom is er wellicht helemaal kwaliteitsverschil tussen winnaars en verliezers.

In een poging het lot naar onze hand te zetten, schrijven we daarom onze voorstellen nog wervender, werken we nog meer door om net die extra publicatie binnen te halen, en vertellen we vol vuur wie allemaal van ons onderzoek zal profiteren. Dat resulteert echter in een papieren werkelijkheid die niet strookt met de realiteit. Vaak weten we immers dat het voorgestelde aantal experimenten niet haalbaar is, en hebben we geen idee waar we de tijd vandaan moeten toveren om met de maatschappij in debat te gaan over het nut van onze kennis.

Merel Barends

Maar het kan er allemaal niet bij

Al nachtelijk schrijvend wordt de mythische superheld onderdeel van het academische zelfbeeld. Taken worden niet langer ingericht naar het eigen kunnen, maar naar dat van een mythische superheld. Digitaal onderwijs, commissiewerk, een lezing op de basisschool, het kan er allemaal bij.

Maar het kan er niet bij. Langzaamaan barst de mens achter de mythische superheld. Depressies en burn-outs worden steeds gangbaarder, signaleerde onder andere het tijdschrift Nature. Door te veel te vragen van academici die te afhankelijk zijn van subsidies, eindigen we met een grote restpartij opgebrande talenten. Sommigen zien dat als natuurlijk bijproduct van gezonde competitie. Ik denk dat talent verspild wordt.

Toch moeten we misschien niet alleen naar NWO kijken, want waarom zijn de NWO–subsidies zo belangrijk voor de wetenschapper?

Flexwet

De wetenschapspraktijk is een prachtig beroep dat draait om nieuwsgierigheid, inspiratie en autonomie. Onlangs las ik honderd jaar oude literatuur over motivatie, leerde ik een nieuwe statistische analyse, maakte ik een kennisclip over bewustzijn, en vormde ik ideeën over hoe mensen leren. Wetenschap is meer dan een baan om de rekeningen te betalen. Aan het einde van een tijdelijk contract zat ik in een werk-naar-werkklasje van de universiteit. Ik had drie tijdelijke contracten gehad en volgens het arbeidsrecht moest de universiteit mij ofwel een vast contract aanbieden of helpen een andere carrière te vinden.

Het werd het laatste, en in een klasje van de afdeling HR moest ik leren mezelf als werkzoekende in plaats van als wetenschapper voor te stellen. Het lukte me niet. “Je kunt niet verwachten dat ik binnen een paar maanden verander wie ik ben", protesteerde ik, mijn tranen wegslikkend.

Helaas is de wetenschappelijke identiteit een kwetsbare. Het huidige arbeidsrecht (Wet Arbeidsmarkt in Balans) verplicht de werkgever een werknemer na drie tijdelijke contracten in twee jaar een vast contract aan te bieden. Op de universiteit betekent dit in de praktijk dat wetenschappers na een tijdelijk contract naar huis gestuurd worden, ook al waren er middelen geweest om de aanstelling nog even te verlengen. Terugkomen is wel degelijk mogelijk: na zes maanden uit dienst, mag de werknemer weer aangenomen worden.

Zelf werk ik inmiddels tien jaar bij de Vrije Universiteit en ben ik twee keer tijdelijk uit dienst gegaan om mijn volgende subsidie af te wachten. Nog een jaar en de ontslagbrief zal weer op de mat vallen. Niet iedereen werkt in deze constructie, want sommige collega’s hebben na veel competitie het felbegeerde vaste contract ontvangen. Het totale percentage tijdelijke contracten op de Nederlandse Universiteiten varieert van 26 tot 52 procent (bron: Rathenau.nl). Jaloers kijk ik naar hen die wel mogen blijven.

De wetenschap is als de liefde

Je zou misschien verwachten dat het beroep van de wetenschapper minder aantrekkelijk wordt doordat zoveel tijdelijke contracten niet worden verlengd. In werkelijkheid trekt echter een leger jonge wetenschappers van tijdelijke aanstelling naar tijdelijke aanstelling, steeds weer op zoek naar een nieuw shot uit de subsidiekraan.

Afgelopen zomer zat ik met mijn zus onder een boom. “Ik heb toch weer een subsidie aangevraagd”, bekende ik. Ze lachte begripvol, en ik dacht aan de momenten dat we elkaar troostten wanneer we ‘toch weer’ met ons ex-vriendje gevreeën hadden.

In een prachtige column in het Leids Universitair Weekblad Mare vergeleek Suze Zijlstra haar relatie met de universiteit met een liefdesrelatie. Ook ik vergelijk mijn relatie met de universiteit vaak met een liefdesrelatie, want de wetenschap heeft mij veel te bieden; zij scherpt mijn gedachten en biedt toegang tot kennis. Ik denk dat dat mij een rijk mens en een betere moeder maakt. Maar liefde, ook die voor de wetenschap, wordt giftig wanneer een van de partners nu eens veinst de ideale partner gevonden te hebben en dan weer de interesse verliest.

Eens in de paar jaar, na het binnenhalen van een grote subsidie, was de universiteit een warm bad en werd me een mooie toekomst voorgespiegeld. Met het geleidelijk verdampen van de financiële middelen die ik binnenbracht, verdampt die toekomst echter weer, en moet ik terug naar de subsidiekraan. Is de schoonheid van de wetenschap de enige reden dat ik altijd maar wil blijven, of zijn de tijdelijke en onzekere arbeidsomstandigheden op een vreemde manier verslavend?

De neurowetenschappen leren ons dat niets zo verslavend is als onzekere beloning. Onzekerheid gecombineerd met fantastische perspectieven zorgt ervoor dat de onzekere zich harder dan ooit vastklampt aan de droomwereld die de ander schept. De enige weg naar die droom is de mythische superheld worden die je niet bent. Willen we de mythische superheld van de universiteit verjagen, dan zal de universiteit zo dapper moeten zijn haar uitverkorenen eerder te kiezen en haar scharrels definitief de laan te wijzen.

Bijzondere menssoort

U heeft nu een heel stuk meegelezen en zult wellicht wat sceptisch zijn; als NWO haar verwachtingen eerder tempert en de universiteit haar uitverkorenen eerder kiest, is de mythische superheld dan wel van de universiteit verdreven? Zit het verlangen een mythische superheld te zijn niet in de wetenschapper zélf? De wetenschapper is een bijzondere menssoort die net als iedereen succes verlangt, maar zich juist daar ophoudt waar succes schaars en mistig is. Ten eerste houdt de wetenschapper zich merendeels bezig met het onbekende; daar zijn de interessante vragen te onderzoeken en grote doorbraken te bereiken.

Maar wanneer iemand zich op onbekend terrein begeeft, is het moeilijk te bepalen welke prestaties succesvol zijn. Wanneer een onderzoek na gemiddeld een jaar voltooid is, is er geen juist antwoord om het resultaat mee te vergelijken. Pas wanneer collega-wetenschappers nog weer maanden later een publicatie over het onderzoek ruimhartig citeren, wordt succes echt gevoeld. Maar ook dan is er een gerede kans dat een ander met een nieuwe invalshoek tot andere conclusies komt.

Ten tweede is succes schaars omdat de gelden beperkt zijn. Misschien is de mythische superheld van de universiteit te verdrijven door de wetenschapper wat vaker kans op succes te bieden. Bijvoorbeeld door leidinggevenden aan te sporen hun werknemers wat vaker in het zonnetje te zetten. 

Hoe nu verder?

Kunnen we de mythische superheld van de universiteit verdrijven, en moeten we dat willen? Voordat ik de Hofvijver inliep om aandacht te vragen voor de onderfinanciering van de wetenschap, stond ik naast een bestuurder van mijn universiteit. Op de vraag of ik het moeilijk had als onderzoeker, antwoordde ik zonder nadenken hoe mooi mijn werk is. Eenmaal in het ijskoude water, schrok ik van mijn antwoord; het water staat mij wel degelijk tot aan de lippen.

Vertwijfeld liep ik naar de kant terwijl ik naar de professoren en studenten in het water keek. Misschien stelden we ons aan. Maar nee, juist omdat we ons werk waarderen, moeten we opkomen voor goede arbeidsomstandigheden. Bovendien, het afgelopen jaar heeft de politiek de wetenschap verheven tot uitweg uit pandemie en klimaatcrisis. Willen we die rol kunnen vervullen, dan moet de academische cultuur naar de dokter. Een recept van 1,1 miljard, zoals becijferd door PwC, zou een mooi begin zijn.

Katinka van der Kooij is onderzoeker bij de faculteit Gedrags- en Bewegingswetenschappen aan de VU en bestuurslid van de Amsterdam Young Academy.

Je kunt online deelnemen aan de mythische-superheld-conversatie onder de hashtag: #academicsuperheroes

Illustratie: Merel Barends

 

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.