21 mei 2019

Succes-supporter

In een kringloopwinkel raak ik aan de praat met de kassamevrouw. Ze heeft een Amsterdams accent en vertelt trots dat ze hier geboren is. Vlak voordat we afscheid nemen buigt ze zich over de balie en vraagt op samenzweerderige toon: “Ben jij Amsterdammer?”

Ik weet natuurlijk heel goed dat ik niet in Amsterdam geboren ben. Maar ik heb een zwak voor het grote verhaal. Een ex-geliefde zei eens: jij benadert het leven als een roman. Misschien zeg ik daarom: “Ja, ik ben Amsterdammer”, niet omdat ik tegen de mevrouw wil liegen, maar omdat dit een veel mooier verhaal zou zijn als ik inderdaad in Amsterdam geboren was.

“Dan heb ik wat voor je”, zegt de vrouw, ze verdwijnt en komt terug met een Ajax-sjaal. “O, bedankt”, zeg ik terwijl ik de sjaal aanneem. De vrouw knipoogt. “Amsterdammers onder elkaar”, zegt ze.

In principe hou ik best van voetbal. Bij mij thuis keken we alle samenvattingen. Als ergens voetbal aanstaat kijk ik nog steeds. En áls ik een team zou moeten kiezen om supporter van te zijn, zou het Ajax zijn. Omdat ik het met Amsterdam associeer, de stad waar ik dan wel niet geboren ben maar wel van houd. Maar ik zet nooit zelf een wedstrijd aan, ik zou nooit over mezelf zeggen dat ik Ajacied ben en ik zou nooit een Ajax-sjaal aanschaffen. 

Toen ik aan een vriendin die wel Ajacied is vroeg of ik met haar naar de Champions League-kwartfinale mocht kijken, zei ze: “Ooo, jij bent een succes-supporter.” Wat ze daarmee bedoelt is dat ik zo’n supporter ben die alleen komt opdraven als er een feestje op de loer ligt. Wat ze bedoelt is dat ik een nep-supporter ben. Een supporter van wel de lusten, niet de lasten. Kortom, een supporter van niets.

Diezelfde vriendin kijkt me hoofdschuddend aan als ik met mijn Ajax-sjaal om naast haar kom zitten. Het is 8 mei, we zijn in een donkere zaal in de stad waar de wedstrijd op groot scherm vertoond zal worden. “Dus je hebt je nu twee culturen toegeëigend”, zegt ze. “Die van Amsterdammer en die van Ajacied.”

Ik hoef jullie vast niet te vertellen hoe die avond afliep. Wat ik wel kan vertellen is dat je bij verlies de Ajacieden pas echt goed van de succes-supporters kunt scheiden. Wij succes-supporters halen nog een biertje, jammer hè, zeggen we, maar wat was het spannend om naar te kijken. Kop op. Er zijn nog meer prijzen te behalen. Denk maar aan de landstitel.

Op weg naar huis zie ik meerdere mensen in Ajax-shirts huilen. In de lift zit een jongen met Ajax-vlag om zijn schouders geknoopt met zijn handen in zijn gezicht. Hij kijkt op als ik binnenstap, ziet mijn Ajax-sjaal en roept uit: “Dit is het ergste dat ons ooit is overkomen.”

Ons. Door mijn sjaal, die zichtbare identiteitsmarker, ben ik opeens onderdeel van zijn groep. Maar ik weet ook dat ik straks mijn sjaal af doe, mijn tanden poets en naar bed ga en morgen zonder moeite op zal staan. Ik kan ervoor kiezen wanneer ik wel of niet supporter ben. Ik kijk naar de gebroken jongen in de lift. Hij kan zijn vlag niet af doen.

Een week later heb ik met mijn vriendin afgesproken om Ajax te kijken. In het café overhandig ik haar mijn sjaal. “Ik heb ’m niet verdiend”, zeg ik. “Neem jij hem maar.”

Ze kijkt me aan en barst in lachen uit. “Stel je niet zo aan”, zegt ze terwijl ze de sjaal teruggeeft. “Draag je sjaal en haal een biertje voor me.”

hits 91

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.