07 november 2016

Minachting baart Monster Trump

Morgen(nacht) kiest Amerika haar nieuwe president in wat toch weer een nek-aan-nekrace lijkt te zijn geworden. Het feit dat Trump nog steeds zo dicht bij een mogelijk presidentschap staat, ondanks zijn aan surrealisme grenzende excessen en psychopathische persoonlijkheidstrekken, is voor een groot deel te danken aan de zwakte van zijn rivale. Misschien beschikt zij over de juiste kwalificaties en competenties voor het presidentschap, waar Trump dat overduidelijk niet doet, dit doet niets af aan wat New York Times-columnist Ross Douthat scherp de gevaren van Hillary Clinton noemt. Ook steeds meer politieke commentatoren, die net als Hillary zelf tot het establishment behoren, twijfelen openlijk aan haar integriteit en zien haar als de minste van twee kwaden.

Ook steeds meer politieke commentatoren twijfelen openlijk aan Hillary's integriteit

Maar het is niet alleen het gevoel van corruptie en onbetrouwbaarheid rondom ‘Clinton world’ dat haar zo kwetsbaar maakt. Daaronder zit een groter probleem: de minachting van de politieke elite voor de Amerikaanse burger. En Hillary is daar de belichaming van.

Nergens komt deze minachting  duidelijker naar voren dan in de door Wikileaks gelekte e-mails van Clintons campagnevoorzitter John Podesta. Een absoluut dieptepunt - en exemplarisch voor het cynisme van het politieke spel dat zich kristalliseert rond de verkiezingen - was de reactie op het verzoek van de activistische New Yorkse burgemeester Di Blasio om meer aandacht en steun voor wat hij zelf terecht ‘the crisis of our time’ noemt: de groeiende inkomensongelijkheid. Podesta sluisde dit verzoek door naar Neera Tanden met de vraag: ‘Should we care about this?’ Tanden, een belangrijke fluisteraar in het Clinton-campagneteam, diep verankerd in de privé-elitenetwerken van  Hillary (Yale Law School alumna, president van dezelfde invloedrijke neoliberale elitedenktank The Center for American Progress waar Podesta de oprichter van is) antwoordde daarop achteloos dat ze daarvoor politiek geen enkele druk voelde en zich er dus geen zorgen over maakte.

Dit soort minachting en de onderliggende politieke berekening verklaren wellicht ook waarom Clinton in januari onder druk van het onverwachte succes van Bernie Sanders met haar ‘publieke gezicht’ nog verklaarde dat Main Street nooit meer ondermijnd zou mogen worden door Wall Street: ‘No bank is too big to fail, and no executive is too powerful to jail.’ Terwijl Wikileaks-onthullingen van haar royaal betaalde speeches aan Wall Street – waarvan zij de inhoud tot op heden angstvallig buiten het publieke debat heeft proberen te houden – aantonen dat ze er achter de schermen heel andere opvattingen op nahoudt. Zo gaf ze tijdens een van deze speeches nog op over de voordelen van het betrekken van Wall Street bij het maken effectieve financiële regelgeving. Immers, wie kent de financiële industrie beter dan de mensen die in die industrie werken? En terwijl ze zich tijdens de campagne uitsprak tégen omvangrijke vrijhandelsverdragen, zoals het zojuist afgesloten Trans Pacific Partnership, sprak ze in een van de vele speeches voor de financiële wereld bevlogen over haar droom van een wereld van open grenzen en vrijhandel en een gezamenlijke markt die het hele westelijk halfrond zou beslaan.

Achter de schermen houdt ze er heel andere opvattingen op na

Volgens Clinton is dit soort dubbele agenda’s helemaal niet problematisch. Dit hoort nu eenmaal bij de rol van politicus. Als je iets voor elkaar wilt krijgen moet je handig balanceren tussen je private positie en je publieke positie. Machiavelli had het niet beter kunnen zeggen. En inderdaad, dit  bevestigt slechts het beeld dat veel mensen hebben van de politieke en economische elite waar Hillary een boegbeeld van is. Dat er een enorme kloof gaapt tussen hen en het overgrote deel van de Amerikaanse bevolking is evident. Maar met die schaamteloze zelfverrijking als gevolg van vermenging van publieke en private rollen wijkt Clinton misschien in negatieve zin wel af van eerdere presidentskandidaten (bijvoorbeeld Obama), hoezeer die ook goede connecties hadden met het bedrijfsleven en de ‘one percent’.

Niet alleen Trump-aanhangers associëren de Clinton Foundation met corruptie

Deze vermenging speelt voornamelijk rond de Clinton Foundation: die is helaas veel meer dan een liefdadigheidsinstelling, maar vormt ook het hart van wat inmiddels een echt familiebedrijf is geworden. (Binnen de familie is alleen dochter Chelsea zich echt bewust van de schaduwkanten ervan, getuige mails die ze aan Podesta schreef). Niet alleen Trump-aanhangers vinden dat de links tussen de Clintons, hun Foundation, dubieuze buitenlandse regimes zoals Saudi-Arabië, en de eigen ‘for profit-activities’ niet alleen aan corruptie grenzen maar ook over de grens heen gaan. Zo gebruikte de veteraan van de Amerikaanse onderzoeksjournalistiek (die van Watergate), Bob Woodward, het c-woord als kwalificatie van een deal met de koning van Marokko. Die was bereid 12 miljoen dollar te doneren aan de stichting op voorwaarde dat Clinton daar zou komen spreken (terwijl ze toen al presidentskandidaat was). ‘Pay-for-play’, oftewel ongewenste invloed tegen betaling, heet dat in Amerika.

Qua zelfverrijking kan manlief Bill er ook wat van trouwens. Volgens Doug Band, naaste medewerker van de voormalige president en zelf spil in het geheel, had de Bill Clinton BV (zoals hij het zelf in een gelekte memo noemt) in 2011 al 30 miljoen dollar opgeleverd voor voorheen de machtigste man op aarde, met de verwachting van nog eens 66 miljoen voor de jaren tot 2020 op basis van huidige afspraken.

Clinton gaf in een van haar besloten speeches zelf toe dat ze door haar persoonlijke rijkdom ‘nogal ver verwijderd is’ van de zorgen van de middenklasse, en beklaagde zich dat er andersom zo’n vooroordeel is tegenover ‘mensen die een succesvol en/of gecompliceerd leven leiden’. Maar het grote probleem – in ieder geval vanuit het perspectief van de huidige elite – is dat deze kloof vol ongenoegen en wantrouwen zich nu begint te wreken in de vorm van een kolkende, onvoorspelbare onderstroom die hoogstwaarschijnlijk niet meer te stoppen is, of Clinton nu wint, of Trump.

Als Clinton al door het Glazen Plafond breekt, zou dat een pyrrus-overwinning kunnen blijken

Trumps succes, en het feit dat hij nog steeds een serieuze kans maakt op het Witte Huis,  is dus mede het gevolg van de minachting en de zelfoverschatting van een nauw met de economische elite verbonden politieke elite, die alleen onder politieke druk de belangen van gewone burgers in campagneretoriek omarmt, maar in feite een andere agenda heeft. Ook als Clinton morgen ‘gewoon’ wint, zal het wantrouwen dat dit heeft gegenereerd Clinton nog tot ver in haar presidentschap blijven achtervolgen. Door alle schandalen en door de ongekend harde campagne zal er zelden een president zo beschadigd het Witte Huis betreden. Zo bezien zou het ‘breken van het glazen plafond’ met de eerste vrouwelijke commander in chief wel eens een pyrrusoverwinning kunnen blijken. En ja, als Trump wint zal het rechtspopulisme in de vorm van een rancuneuze, racistische en seksistische narcist aan de knoppen zitten. Wat dat zal beteken voor de VS en voor de wereld blijft gissen, maar één ding is duidelijk: van de hoop en de ‘change you can belief in’ waarmee Obama acht jaar geleden een nieuw optimisme wist aan te boren, is niet veel meer over.

hits 2

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.