02 maart 2016

De miljarden van de verkiezingen (en een filmptip)

reacties 1

Het was vooral een ‘Super Trump Day’ op Super Tuesday gisteren, de mogelijk beslissende ronde in de Amerikaanse voorverkiezingen. De  vijandige overname van de Republikeinse partij door vastgoedmiljardair Donald Trump lijkt nu bijna rond. Bij de Democraten weet Bernie Sanders met zijn kritiek op Wall Street en op de grote rol van het bedrijfsleven in de financiering van de Amerikaanse politiek veel stemmen te trekken en geld op te halen van gewone Amerikanen die het corrupte systeem van ‘banks too big to fail and bankers too big to jail’ zat zijn. Deze onverwachte uitdager van de Amerikaanse machtselite is nog niet verslagen, maar lijkt het wel af te gaan leggen tegen de vertegenwoordiger ervan, Hillary Clinton.

Het is verhelderend om eens naar de financiële achtergrond van de campagnes van de kandidaten in de presidentsrace van 2016 te kijken en de belangengroepen die daarachter zitten. Waar de ‘revolutionair’ Bernie geen cent van Wall Street accepteert, net als de andere anti-establishment kandidaat Trump (die het natuurlijk ook niet nodig heeft), loopt Hillary inmiddels op kop wat betreft Wall Street-donaties.

De voormalig bedrijfsadvocate onderhoudt warme banden met de in New York zetelende financiële oligarchie. Dat blijkt onder andere uit de reeks speeches die ze sinds haar aftreden als Obama’s minister van buitenlandse zaken gaf voor de bankenwereld. Volgens ooggetuigen van zo’n avond, georganiseerd door de beruchte investeringsbank Goldman Sachs, in het luxe Conrad Hotel te Lower Manhattan, schilderde de voormalige First Lady een hoopvolle toekomst voor de bankiers. ‘Banker-bashing’ zou tot het verleden gaan behoren en ze beloofde de beschadigde relatie tussen de bankenwereld en de politiek te herstellen. Hillary ontving niet alleen een riante persoonlijke vergoeding voor het hart onder de riem steken van de veelgeplaagde bankiers – ze streek in totaal zo’n 2,9 miljoen dollar op aan dit soort avonden – maar ze wordt ook beloond in de vorm van financiering van haar campagne.

8 van de 10 laatste presidenten waren miljonair toen ze verkozen werden en de helft van de congresleden is dat ook

De financiële sector is traditioneel de grootste donateur aan verkiezingscampagnes, ook in deze duurste Amerikaanse verkiezingen ooit. Op de website van het Center for Responsive Politics, die minutieus de verkiezingsbijdragen bijhoudt, kunnen we zien dat waar de Amerikaanse presidentsverkiezingen in 1976 nog het ‘luttele’ bedrag van 67 miljoen dollar kostten, dit in 2004 vertienvoudigd was (717 miljoen), en in 2012 was opgelopen tot 2,1 miljard.

De teller voor de huidige verkiezingen staat tijdens de voorverkiezingen al op bijna 1 miljard. In zijn State of the Union van 1998 beloofde Clinton (de husband!) nog om de escalerende “arms race” van campagnefinanciering aan banden te leggen, maar zonder resultaat. In tegendeel, op 21 januari 2010 besloot het Amerikaanse hooggerechtshof in de zaak Citizens United v. Federal Election Commission dat het eerdere verbod op onafhankelijke bijdragen door bijvoorbeeld bedrijven de vrijheid van meningsuiting belemmerde en was de zogeheten Super PAC geboren, een super Political Action Committee die zich alleen indirect aan een kandidaat verbindt en daarmee niet gebonden is aan de wettelijke beperkingen opgelegd aan een gewone PAC. Dit zette de sluizen open voor ongelimiteerde bijdragen van het bedrijfsleven, superrijken en grootindustriëlen aan hun voorkeurskandidaten. Zo hebben de ultraconservatieve gebroeders Koch van Koch Industries – die bijvoorbeeld verbeten klimaat-sceptici zijn – zich kunnen ontwikkelen tot politieke spelers van formaat en al aangekondigd in de verkiezingen van 2016 het astronomische bedrag van $889 miljoen in te willen zetten.

Zijn Amerikaanse presidenten te koop? Zo simpel is het natuurlijk niet. Maar het is moeilijk voorstelbaar dat al dit geld belangeloos wordt besteed. En het is andersom wel zo dat in de regel de kandidaat met de grootste partijkas als winnaar uit de bus komt. Zo is het ambt van toppoliticus steeds meer een exclusieve aangelegenheid geworden van de (zeer) rijke Amerikanen. Acht van de tien laatste presidenten waren miljonair toen ze verkozen werden en ongeveer de helft van de 535 leden van het Congres is dat ook. Met recht beweren sommigen dat Amerika een schijndemocratie is geworden waarbij politieke invloed en macht alleen voorbehouden is aan degenen die de middelen hebben om miljoenen bij elkaar te krijgen – of uit eigen zak te betalen – terwijl anderzijds meer dan veertig procent van de bevolking niet eens stemt!

Als pauze in het mediacircus rondom de verkiezingen is de website van het Center for Responsive Politics een ontnuchterend bezoekje waard. Mocht Hillary president worden, dan hoeven we geen drastische inperkingen van de macht van Wall Street te verwachten. Van Trump, die zich niet laat kopen door Wall Street, maar zelf zijn macht ontleent aan een eigen vermogen van grofweg zo’n 4,5 miljard dollar (Forbes 2016), waarschijnlijk ook niet. Wat daarvan de consequenties kunnen zijn, valt mooi te bezien in een Amerikaanse speelfilm die momenteel in de bioscoop draait: The Big Short. Een aanrader!

De auteurs doceren internationale betrekkingen bij de afdeling Bestuurskunde en Politicologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en zijn de auteurs van American Grand Strategy and Corporate Elite Networks: The Open Door since the End of the Cold War (Routledge, 2016).

{ Lees de  reacties }

hits 2
Door Student A.T. op 10 maart 2016

"Met recht beweren sommigen dat Amerika een schijndemocratie is geworden waarbij politieke invloed en macht alleen voorbehouden is aan degenen die de middelen hebben om miljoenen bij elkaar te krijgen "

Eerst hadden we de koningen die het voor het zeggen hadden en nu hebben we verkiesbare koningen die voor andere koningen werken. Het is statistisch het geval dat wie meer geld krijgt om campagne te voeren, de verkiezingen ook wint. Wie een beetje logisch kan redeneren ook ziet meteen in dat Amerika geen democratie is, eerder een programmeerbare democratie waarbij je als een goede programmeur in staat moet zijn je onderdanen te programmeren.

En toch lukt het de Amerikaanse media om de bevolking zo te manipuleren om alsnog op Hillary te stemmen!? Ik moet ze wel nageven, publieke opinie manipuleren kunnen ze als geen ander.

Wordt het niet eens tijd dat het boek Public opinion geschreven door Walter Lippmann een onderdeel van het curriculum wordt? Of is dat misschien niet echt politiek correct? :)

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.