27 februari 2019

Zou je haar doen?

Ik zit met een vriend en zijn vriendin linzensoep te eten wanneer hij vertelt dat hij en een collega bij de koffiezaak waar hij werkt met een witte krijtstift ‘ja’ of ‘nee’ achterop de espressomachine schrijven wanneer een vrouw koffie bij hen bestelt. “Pardon?” vraag ik. Als antwoord op de vraag: zou je haar doen of niet, legt mijn vriend uit. Ik heb een hekel aan die vraag, die veel van mijn vrienden aan de lopende band aan elkaar lijken te stellen. ‘Zou je haar doen’ schetst de man als enige actieve agent en reduceert de vrouw tot niets meer dan een object dat wel of niet ‘te doen’ is. Hij zegt tegen zijn vriendin dat zijn collega ‘ja’ bij haar heeft opgeschreven. Hij zegt het trots, alsof het een compliment is, niet alleen naar haar maar ook naar hem. Mijn vriend en ik raken in een felle discussie, waar ik dingen zeg over nurture en de relatie tussen seksualisatie en objectivering en seksuele intimidatie en hij over nature, het recht om te doen wat je wilt, overgevoeligheid en politieke correctheid.

Die avond kijk ik de derde aflevering van de serie My Brilliant Friend, momenteel te zien op NPO en gebaseerd op de bestsellers van schrijver Elena Ferrante. In de serie volgen we het leven van twee hartsvriendinnen, Lila en Lenù, in een buitenwijk van Napels in de jaren vijftig. In hun wijk heerst een machocultuur, gedomineerd door twee rivaliserende families: de Carracci’s en de Solara’s. In de derde aflevering is er een scène in het bijzonder die ik een paar keer terugkijk. In die scène rijden de twee adolescente Solara-zoons in hun auto rond: glanzend haar, mocassins aan, zonnebril op, arm nonchalant uit het open raampje. Op het dorpsplein zien ze een meisje op een bankje zitten. Ze fluiten naar haar en bevelen haar een rondje voor hen te draaien en dan bij hen in de auto te stappen. Haar weifelend nee pareren ze met opmerkingen over haar lippenstift, die ze toch voor hen heeft opgedaan, of niet dan. Het misbruik zien we niet, daar gaat het in het verhaal niet om. Waar het om gaat is dat het dorp de gang van zaken doodnormaal vindt. Achteraf zeggen ze het verkrachte meisje met bebloede lippen dat ze geluk heeft dat zulke knappe mannen haar willen doen.

Ik bel mijn vriend van de krijtstift en leg hem de scène voor. “Het krijtstiften van de jaren vijftig”, zeg ik. “Jij kunt zo overdrijven”, zegt hij.
“Klopt”, zeg ik. “Maar toch.”
Uiteindelijk zegt hij: “Elke man doet dit.”
“Elke man?” vraag ik, “alle mannen bij wie we bier bestellen? Die we voorbijlopen op straat?”
“Jep”, zegt hij. “
Onze professoren? Bazen? Collega’s?” vraag ik.
“Sowieso”, zegt hij.
“De glazenwasser? De gynaecoloog? De dokter die ons spiraaltje zet? De vaders van onze vriendjes?” vraag ik.
“Eh”, zegt hij.
“En de mannen met wie we ’s nachts op de laatste metro staan te wachten? De dronken man in een verder verlaten coupé? Zij ook?”
Hij schraapt zijn keel, blijft stil, zegt dan: “Ik begrijp wat je bedoelt. Maar ik vind dat wij mannen tegenwoordig nog maar zo weinig kunnen zeggen of doen.”
“Ik rol nu met mijn ogen”, zeg ik terwijl ik met mijn ogen rol.
Hij lacht. “Zullen we het er bij een kopje koffie nog eens goed over hebben?” vraagt hij.
“Goed”, zeg ik, “maar niet in jouw koffiezaak.”

hits 526

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.