Popup-Niks-missen-2.png

11 februari 2021

Opstand

Dido_opstand

Ik ben sinds kort verhuisd naar een campus met veel studentenflats. Na negen uur kan ik vanaf mijn balkon (dat ik nu heb) jongeren tussen de gebouwen zien oversteken. Ze komen van huisfeestjes – die hier elke nacht wel ergens zijn – en sluipen over de parkeerplaats terug naar hun eigen flat. Soms springt er plotseling een politieagent uit de bosjes om ze aan te houden. Je kunt hier veel avondklokboetes incasseren.

Persoonlijk vind ik het niet vervelend of verrassend dat mensen tijdens een pandemie willen feesten. Ik ben in de zomer zelf ook naar een illegale rave gegaan. Feestgangers hebben de pech dat hun favoriete bezigheid een hedonistisch tintje heeft, waardoor de samenleving er makkelijker op afgeeft dan zij die en masse willen gaan schaatsen en de Elfstedentocht een goed idee vinden.

Ook al breken feesters de wet, ze voelen nog steeds de behoefte om het goed te praten. Ze zeggen: “We borrelen in kleine groepjes” of “Ik hou afstand van de mensen die het willen”, terwijl dat natuurlijk geen argumenten zijn als je nog steeds naar de supermarkt gaat. Kom er dan gewoon voor uit.

‘Alle bejaarden achter slot en grendel, dan kunnen wij weer feesten!’

Tijdens het avondeten kijken we in de woonkamer naar M. Aan het woord is viroloog nummer vierduizend. Ondertussen ben ik een waterige spaghetti bolognese aan het wegwerken. Margriet stelt vragen over de Britse variant en de avondklok. Nog voor de man zijn antwoord kan formuleren, beginnen we al naar de televisie te schreeuwen, alsof we allemaal aan de talkshowtafel zijn aangeschoven. Iedereen heeft een artikel gelezen van een kwaliteitskrant, waarvan we graag een standpunt willen herhalen:
“Ze moeten ons collegegeld teruggeven!”
“Alle bejaarden achter slot en grendel, dan kunnen wij weer feesten!”
“We moeten in opstand komen!”

Die nacht probeer ik te slapen in een kamer waar de verhuisdozen nog niet zijn uitgepakt. De bas van een housenummer komt door het plafond. Het is zaterdag. Dan klinkt er de eerste politiesirene, een zeurend geluid dat steeds harder wordt. Dan hoor ik er nog een, en nog een. Tot ze plotseling stoppen naast mijn gebouw. Ik hoor mensen buiten schreeuwen. De oorlogsbeelden van de eerste avondklokrellen verschijnen in mijn hoofd. Is de opstand begonnen?

Vanaf mijn balkon kan ik niets zien. Ik zit aan de zonkant en het rumoer is achter mij. Ik app een huisgenoot om te vragen wat er aan de hand is.
‘Kom kijken dan’, stuurt hij terug.

Even later sta ik in een joggingbroek met mijn armen over de balustrade van zijn balkon. Het is ijskoud en ik blaas wolkjes condens de lucht in. Voor de flat aan de overkant staan geen politiewagens, maar brandweerauto's en ambulances. Het gerucht gaat dat er een keuken is afgefikt door een elektrische deken en er vijf gewonden zijn. Op de parkeerplaats lopen geëvacueerde studenten enigszins verdwaasd rond tussen de brandweermannen. Niemand krijgt een boete. Het begint langzaam te sneeuwen, en de witte vlokken verkleuren door de flitsende zwaailichten. Net een rave.

ILLUSTRATIE: DIDO DRACHMAN

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.