Popup-Niks-missen-2.png

21 oktober 2021

Nokia

Dido_Nokia

Mijn buurman loopt ons gezamenlijk balkon op met een pakket in zijn handen. Hij komt naast me staan en smijt de doos op de bijzettafel, waar die wankelend blijft liggen. “Er staat breekbaar op”, zeg ik behulpzaam, terwijl ik van mijn boek opkijk. Mijn buurman lacht.
“Dat kan geen kwaad hoor. Het is een Nokia.”
Hij spreekt het woord Nokia uit alsof het een gewild merk sneakers is. Ik kijk hem waarschijnlijk een beetje warrig aan, want wat er volgt is een elevatorpitch voor het offline leven, gevuld met frases als “lekker detoxen” en “analoge technologie.”

Ik denk niet dat mensen die zonder smartphone door het leven gaan een soort boeddhistische monniken zijn, of dat hun serotonineproductie dermate hoger ligt dan mensen met een Instagram-account.
Toch moet er iets in zitten, want ik zie steeds meer vrienden afstand nemen van moderne technologie. Vaak luidt het argument als volgt: vroeger hadden alle apparaten één functie: de platenspeler maakte muziek, de telefoon belde en de kaarten gaven de route aan. Nu is dat allemaal gecombineerd in de smartphone, waardoor alle charme in één klap is weggevaagd en mensen nauwelijk nog iets zelf kunnen uitvogelen.

Niemand had door dat ik was verdwenen

Laatst had ik Insta verwijderd en het aan niemand verteld (om het vervolgens wel in een column te vertellen, maar ja, niemand is perfect) en wat me opviel was hoe weinig effect dat had op mijn leven. Ik dacht dat ik dingen zou missen, of dat mensen in ieder geval mij zouden missen, maar mijn dagbesteding was nagenoeg hetzelfde (behalve dat ik iets minder snel werd afgeleid) en niemand had door dat ik was verdwenen.

Waar is het dan eigenlijk goed voor? Jongeren zeggen nog weleens dat sociale media activisme bevorderen, dat de stemmen van minderheidsgroeperingen er beter hoorbaar zijn en dat soort dingen. Vermoedelijk bedoelen ze dan die accounts met pastelkleurige posts als ‘top-10 tips om seksisme te bestrijden.’ Beter dan niets natuurlijk. Maar serieus, een platform dat stelselmatig impulsiviteit, afgunst en desinformatie faciliteert. Is dat de beste plek om belangrijke politieke gesprekken te voeren?

Ik wil ook een baksteen uit de prehistorie waar ik alleen maar Snake op kan spelen

Mijn buurman neemt met gefronste wenkbrauwen de handleiding van zijn nieuwe telefoon door. Zijn pitch is afgelopen. Ik verdiep me weer in de nieuwe columnbundel van Sylvia Witteman, Overdag bang en ’s avonds dronken, en verbaas me over alle straatnamen van Amsterdam die ze uit haar hoofd kent. Dat hebben mijn ouders ook. Als ik nooit Google Maps op mijn telefoon had gehad, zou ik dan moeiteloos mijn weg kunnen vinden in de stad?

Inmiddels wil ik ook een baksteen uit de prehistorie waar ik alleen maar Snake op kan spelen.
Dan schijnt er plotseling een fel licht in mijn gezicht.
“Kijk”, zegt de buurman. “Er zit ook een zaklamp in.”
“Leuk man.”
Het licht begint te haperen en floept uiteindelijk uit.
“O…”, zegt hij beteuterd. “Hij loopt vast.”

ILLUSTRATIE DIDO DRACHMAN

 

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.