Popup-Niks-missen-2.png

08 april 2021

Michiel krijgt een prik

Dido_01

Op de bank volg ik een werkgroep als Michiel naast me komt zitten en zijn telefoon tevoorschijn haalt.
“Ik ga het doen”, zegt hij en toetst een nummer in. Ik ga rechtop zitten en zet mijn docent op mute. Michiel is een lange jongen die geen vlieg kwaad doet en vaak rondloopt in hawaïhemdjes met opvallende patronen. Ook mag hij al weken zijn vaccinatie halen omdat hij een slaapwacht is bij een instelling voor begeleid wonen. Het probleem is dat Michiel bang is voor naalden. Die angst is zo groot dat hij zijn prik al die tijd heeft uitgesteld. Tot vandaag.
“Met de GGD”, zegt een koele vrouwenstem aan de andere kant van de lijn. Op hetzelfde moment komt een andere huisgenoot terug van zijn roeivereniging en pakt een proteïneshake uit de koelkast.
Michiel begint te bestellen: “Ja, ik zou graag één vaccinatie willen.”
“Gast!” roept de huisgenoot. “Het is geen afhaalchinees!”
Michiel haalt zijn schouders op en richt vastberaden zijn aandacht weer op de servicemedewerker.
“Heeft u een uitnodiging?” vraagt ze.
“Ik ben niet zo'n held met prikken, dus ik heb de brief een beetje laten verstoffen.”
“O, ik ga kijken wat ik voor je kan doen.”

'Ja, ik zou graag één vaccinatie willen.'
'Gast!' roept de huisgenoot. 'Het is geen afhaalchinees!'

Een paar minuten later is de afspraak gemaakt en kan hij dezelfde avond nog terecht bij een priklocatie, een paar minuten fietsen verderop. Michiel hangt op en kijkt ons aan alsof hij naar het slagveld moet.
“Zullen we anders met je mee gaan?” vraag ik.

We staan op het zonovergoten plein bij de RAI. Het is een prachtige dag met veel mooie meisjes op de fiets. Sommigen hebben op hun bagagedrager een kratje dat ze met één hand vasthouden. Het ruikt naar zonnebrand en waterijsjes. Vanaf een bankje zien we hoe er telkens taxi’s voor de priklocatie stoppen. Ouderen stappen uit en schuifelen achter hun rollators naar de ingang.
Dido_02“Nou, we wachten hier op je”, zegt de huisgenoot. Michiel trekt wit weg. Hij kijkt angstig naar de schuifdeuren. Zijn handen gaan naar zijn borstzakje.
“Wacht even”, zegt hij. Hij haalt er een plastic koker uit, die glanst in het zonlicht. De joint steekt hij op in een vloeiende beweging. Hij inhaleert diep, wel drie keer, tot de verschroeide askegel uit zichzelf op de stoeptegels valt. Even later heeft hij de moed weer gevonden. We juichen hem lachend toe terwijl hij naar de ingang van de priklocatie marcheert, tussen de bejaarden die waarschijnlijk nog een echte oorlog hebben meegemaakt.
“Onze verzetsheld!”
“Voor volk en vaderland!”
Michiel steekt zijn vuist op. Een oude man draait zich om en kijkt ons even boos aan. Wij doen alsof we de architectuur van het gebouw ineens heel interessant vinden.

Terwijl we wachten hebben de huisgenoot en ik het over onze levens die nu ongeveer de juiste kant op lijken te gaan, en hoe blij we daarvan worden.
“Ik voel me bijna schuldig dat ik de laatste maanden zo gelukkig ben”, zeg ik, “als je het nieuws mag geloven is praktisch onze hele generatie depressief.”
“Dat is toch prima? Wie heeft er nou wat aan als je je schuldig voelt over je eigen geluk?”
Dan vliegen de schuifdeuren open en loopt Michiel grijnzend naar buiten. Zijn ogen zijn rood, maar verder ziet hij er prima uit. Trots laat hij de pleister op zijn onderarm zien.
“Het viel hartstikke mee!”

ILLUSTRATIE: DIDO DRACHMAN

 

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.