Het einde van een afspraak

16 oktober 2018

Het einde van een afspraak

Waar ik persoonlijk echt moeite mee heb is het naderend einde van een afspraak. Mensen die mij goed kennen, weten dat. “Zullen we zo maar eens gaan?” vragen mensen aan het eind van op café gaan. Met dat “zo” bedoelen deze mensen bijna zonder uitzondering nú. De linnen tassen worden bij het uitspreken van de zin al van stoelleuningen getrokken, de rekening verdeeld, naar fooi gezocht, een tikkie verstuurd. Maar “nu”, dat zeggen ze niet. Uit beleefdheid, stel ik me voor. Omdat ze zo de ruimte laten voor de andere partij om te zeggen: “Ja, maar vóór we gaan wil ik nog even vijf dingen met je bespreken.” Maar goed, die ruimte neem je liever niet in. Als iemand heeft gezegd “zo” te willen gaan, dan sta je de rest van hun dag in de weg met je vijf nog te bespreken punten.

De schrijver Thomas Verbogt schreef eens een leuke column over hoe bezoek je in de weg kan staan wanneer mensen “even wachten tot de bui over is.” Zijn voorbeeld rust op de volgende situatie: je hebt iemand op bezoek, het is gezellig, er worden kopjes koffie gedronken, er is gebak meegebracht, een fles ontkurkt en dan loopt het samenzijn weer op zijn eind. Je bezoek heeft de jas al aan, handen geschud, en opeens begint het te regenen. “O”, zegt je bezoek, “even wachten tot de bui over is.” Dat bezoek gaat weer zitten, soms zelfs met de jas nog aan, de sjaal al omgeslagen. Als gastheer- of vrouw sta je vanaf dat moment buitenspel. Je kunt geen nieuwe kop koffie aanbieden, want misschien houdt de bui dan wel net op. Je kunt geen groot gesprek aangaan, want als de regen stopt, willen de mensen weg.

'Ja, maar vóór we gaan wil ik nog even vijf dingen met je bespreken'

Er zijn ook mensen die helemaal geen gevoel hebben voor de subtiliteit van een naderend einde van het bezoek. Ik heb een vriend met wie ik zo één keer in de maand afspreek. Deze vriend is een echte overstayer, hij rekt zijn bezoek altijd tot vervelens toe op. Ik heb al acht keer op mijn telefoon gekeken, de tafel afgeruimd, geen thee meer aangeboden, de lichten uitgedaan, de kaarsen uitgeblazen, mijn tanden gepoetst, nachtlenzen ingedaan, zuchtend gezegd dat ik nog huiswerk moet maken, andere plannen heb, zo echt verder moet, het lekker fietsweer is, droog ook, de bus over 5 minuten vertrekt en toch, toch blijft hij. Het is zelfs weleens voorgekomen dat ik hem bij de deur gedag kuste, eindelijk vertrok hij, en dat hij in de deuropening doodleuk zei: “O, ik wilde dit eigenlijk nog bespreken”, zichzelf weer langs me heen naar binnen wurmde en het vervolgens besprak, ik maar weer een glas wijn inschonk, mijn nachtlenzen uitdeed en langzaamaan krankzinnig werd.  

Ik moest laatst op een vijfjarig neefje passen. We voetbalden met een ballon en tekenden onze beste versie van een hond. We babbelden over tekenfilmpersonages, aten een boterham, dronken sap. Op een gegeven moment zei het neefje: “Nu heb ik weer zin om zonder jou te zijn, ga je weg?”
Ah, dacht ik, terwijl ik opstond en naar een andere kamer liep. Zó kan het natuurlijk ook. 

hits 751

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.