Complottheorieën

16 oktober 2018

Complottheorieën

Bent u van mening dat de VS door een geheim netwerk van politici wordt geregeerd, dat Lady Di door de Britse inlichtingsdiensten is vermoord en dat Shell allang beschikt over genoeg schone energie voor iedereen? Antwoordt u ja, dan bent u misschien wel gevoelig voor complottheorieën. In deze tijden van fake news en alternative facts is dat oppassen geblazen.

Complottheorieën lijken onschuldig, maar zijn dat zeker niet. De genocide in Rwanda in 1994, waarbij ruim 1 miljoen burgers werden vermoord, begon toen het gerucht zich verspreidde dat het vliegtuig van de Hutu-president was neergeschoten door Tutsi-rebellen. Wetenschappers spreken van een complottheorie als mensen de indruk hebben dat machtige anderen heimelijk tegen hen samenzweren. Het gaat daarbij om een veronderstelling. Als het complot eenmaal bewezen is, zoals Watergate of de bouwfraude, dan is het geen theorie meer.

Met collega Jan-Willem van Prooijen onderzoek ik de evolutionaire oorsprong van complottheorieën. Onze hypothese is dat complotdenken functioneel was in de vroegere, gewelddadige samenlevingen, waar de mens makkelijk het slachtoffer werd van een samenzwering. Op basis van antropologisch onderzoek schatten we dat 20 tot 30 procent van volwassenen in die oerstammen om het leven kwam door georganiseerd geweld. Men moest dus zeer alert te zijn op mogelijke samenzweringen, en daardoor is ons moderne brein er nog steeds extreem vatbaar voor. Better safe than sorry.

Wetenschappelijk denken vermindert de complotgevoeligheid

Historisch onderzoek ondersteunt onze evolutionaire theorie: complottheorieën zijn van alle tijden en komen in alle culturen voor. Ook verspreiden ze zich razendsnel onder de bevolking, vooral in landen zonder onafhankelijke pers. Mensen met extreme politieke opvattingen – zowel links als rechts – lijken gevoeliger voor complotdenken. Dat geldt ook voor paranoïde mensen wanneer zij hun machtspositie dreigen te verliezen. Denk aan Jozef Stalin, die uit angst voor samenzweringen regelmatig mensen uit zijn politieke kring liet verdwijnen. Dankzij het internet kunnen complotdenkers hun vrije gang gaan in het verspreiden van de meest krankzinnige theorieën. Dat kan een bedreiging vormen voor de cohesie binnen een samenleving. Wetenschappelijk denken vormt een redmiddel. Als mensen wordt gevraagd op een analytische manier na te denken, vermindert dat hun complotgevoeligheid. Hier ligt een taak voor de universiteit.

Van Prooijen, J. W. & Van Vugt, M. Conspiracy theories: Evolved functions and psychological mechanisms. Perspectives on psychological science (2018)

hits 282

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.