Brood en boter

14 maart 2018

Brood en boter

Ik zit in mijn eentje in een restaurant omdat ik vind dat ik dat als volwassen zelfstandige vrouw comfortabel moet kunnen. Moet ik nog even op oefenen. Aan het tweepersoonstafeltje naast mij zitten een man en een vrouw van een jaar of dertig. Aan hun manier van hetzelfde bewegen, zie je meteen dat het om een broer-zus-relatie gaat. Uit hun gesprek vang ik op dat ze net hebben gesport. Alles is leuker als je geen enig kind bent, denk ik triestig terwijl ik mezelf nog een glas wijn inschenk. Zelfs sporten. 

De ober komt hen een bordje brood met boter brengen. Ik ben dol op bordjes brood met boter. Zó dol zelfs dat ik me er een keertje ziek van heb gegeten. Ik was geloof ik een jaar of acht en sliep met mijn ouders via zo’n tijdschriftendeal een weekend spotgoedkoop in een kasteel in Valkenburg. Van de omgeving kan ik me niets herinneren. Van het kasteel ook niet echt. Ik herinner me vooral het diner. Iedereen aan tafel kreeg een eigen bordje met brood en boter. Al snel ontdekte ik dat telkens als dat bordje leeg was, er binnen een minuut een ober naast de tafel stond, met in de armen een grote zilveren schaal, die met een zilveren tang een nieuw klein broodje op het bordje kwam leggen. Envelopje boter ernaast. Mijn ouders, waarschijnlijk op een andere manier betoverd door al die luxe om hen heen, vergaten die avond op me te letten. Minstens vijftien broodjes later werd ik huilend naar bed gebracht. Daar moest ik de rest van het weekend blijven.

Ik overweeg of ik iets moet zeggen, dat de zus vooral moet doen en eten wat ze zelf wil bijvoorbeeld

Het is me al vaak opgevallen dat er twee soorten mensen zijn: 1) de mensen die keurig één broodje nemen, dat zuinig besmeren, de helft opeten en de andere broodjes bewaren en 2) de mensen zoals ik, die alle broodjes binnen tien minuten op hebben en hopen dat ze nog een bordje krijgen zonder erom te hoeven vragen. De zus lijkt me ook iemand van het tweede soort: nog voor de ober bij hun tafel weg is, heeft ze haar eerste broodje op en het tweede broodje in haar hand.

De broer buigt zich naar haar toe. “We hebben net gesport!” zegt hij.
“Wat bedoel je?” vraagt de zus met volle mond.
Hij zucht. “Je weet wat ik bedoel.”
Ze kijkt hem aan. “Nee, dat weet ik niet.”
Hij zucht weer. “Je kan toch gewoon een beetje opletten?”

O jee, denk ik, ik overweeg of ik iets moet zeggen, dat de zus vooral moet doen en eten wat ze zelf wil bijvoorbeeld. Maar de zus kan het in haar eentje prima aan. Ze drinkt de laatste slok van haar biertje en schudt lachend haar hoofd. Ze wenkt de ober, bestelt voor zichzelf nog een biertje, voor haar broer een spa rood en roept de ober na: “Doe ook nog maar een beetje brood!”

hits 1502

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.