Vrouwenquotum is hard nodig

OPINIE

13 oktober 2015

Vrouwenquotum is hard nodig

Vrouwen zijn nog steeds ondervertegenwoordigd in de academische wereld. Het is hoog tijd voor maatregelen, vindt Emmy de Kraker-Pauw.

 

Jarenlang ben ik heen en weer geslingerd tussen gevoel en verstand, maar nu wint het verstand: er moeten harde maatregelen komen om een evenwichtige verhouding tussen mannen en vrouwen aan de top van de academische wereld te realiseren. Want vrouwen zijn daar nog steeds ondervertegenwoordigd. Vrijblijvende streefnormen, gedragscodes, maatregelen/mogelijkheden op het gebied van flexibele werktijden en kinderopvang werpen onvoldoende vruchten af.

Toch overheerste bij mij lange tijd het gevoel dat een harde maatregel, zoals het instellen van een vrouwenquotum, not done was, want eenieder moet gelijke kansen krijgen. Maar dáár zit nu juist het knelpunt: vrouwen krijgen geen gelijke kansen. Volgens landelijke cijfers is slechts 17,8 procent van de hoogleraren vrouw (aan de VU is dat 18,6), terwijl het aantal vrouwelijke promovendi rond de 45 procent ligt en van het aantal afgestudeerden bijna 54 procent vrouw is. Als het percentage vrouwelijke hoogleraren in het huidige tempo doorgroeit, dan is pas rond 2025 een kwart van alle hoogleraren vrouw en komt de 50 procent pas in 2060 in zicht.

Waarom dringen veel van deze veelbelovende vrouwen níet door tot de top? Waar blijven we met ‘gelijke kansen’? In theorie lijken mannen en vrouwen gelijke kansen te hebben op een benoeming tot hoogleraar, maar de praktijk zit anders in elkaar.

Er zouden niet genoeg gekwalificeerde vrouwen zijn (pipeline-theorie). Dit argument kan inmiddels de prullenbak in: er zijn genoeg hoogopgeleide vrouwen beschikbaar, kijk maar naar de genoemde cijfers van afgestudeerden en promovendi.

Bovendien heeft parttime werken óf onderbreking van de loopbaan in verband met zwangerschap en moederschap een negatieve invloed op carrièrekansen en mogelijkheden tot het verkrijgen van een beurs. Zolang ‘100 uur of meer’ werken per week synoniem is aan ‘kwaliteit’, zijn er géén gelijke kansen.

En psychologisch gezien zoeken mensen bij een vacature naar opvolgers, collega’s die ‘op hen lijken’. Zolang het merendeel binnen de academische top man is, zoekt men dus binnen het eigen old boys network. Daar zitten per definitie weinig of géén vrouwen in. Zonder ingrijpen van buitenaf blijft de verhouding tussen het aantal mannen en vrouwen dus onevenredig.

Ook impliciete opvattingen over genderverschillen en stereotypen bestendigen de huidige scheve verhoudingen. Iedereen heeft impliciete gender-stereotiepe opvattingen over beroepen, rollen en werkterreinen. Deze stereotyperingen belemmeren een benoeming van vrouwen in een traditioneel mannelijke baan. Een bewustwording van deze impliciete opvattingen zou al meehelpen om bij benoemingen een eerlijkere kans te geven aan vrouwen die minstens net zo competent zijn als mannen. Daar komt bij dat het vrouwen simpelweg ontbreekt aan veel rolmodellen.

Ik heb het gevoel gehad dat een quotum oneerlijk is. Maar het is juist oneerlijk als we bedenken dat een kwalitatief even sterke vrouw op grond van bestaande systemen, psychologische mechanismen en impliciete vooroordelen veel minder kans maakt op een benoeming tot hoogleraar dan een man. Bij gelijke geschiktheid danken mannen hun hoogleraarschap simpelweg aan hun man-zijn.

Het is zover, ik ben dus om. Er moet een vrouwenquotum ingesteld worden.

Emmy de Kraker-Pauw is promovendus onderwijsneurowetenschappen
hits 2427

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties