Sluit magere modellen niet uit van werk

OPINIE

26 november 2012

Sluit magere modellen niet uit van werk

De mode-industrie jaagt modellen met een lage bmi-score van de catwalk en sluit ze uit van werk. Er is een effectievere en rechtvaardigere manier om grip te krijgen op eetstoornissen, vindt model en masterstudent Angela Willemse.

Tekortkomingen van de ‘skinny model ban’

De mode-industrie verlangt van ons, modellen, dat we een lage bmi-score (Body Mass Index) hebben, maar bant ons tegelijkertijd - met goede intenties - met diezelfde score van de catwalk en sluit ons uit van werk; de zogenoemde ‘skinny model ban’. Dit in een poging grip te kijgen op eetstoornissen onder zowel modellen als het publiek. Het hiervoor hanteren van een bmi-drempelwaarde is als je het mij vraagt echter ineffectief en tevens onrechtvaardig ten opzichte van modellen. Dat terwijl er een effectievere en rechtvaardigere manier is om grip te krijgen op eetstoornissen.

Doel van de bmi-drempel

De bmi-drempel is bedoeld om het aantal eetstoornissen onder modellen omlaag te brengen en om de negatieve effecten van de verschijning van ‘dunne’ modellen in de media op vrouwen te verminderen door een ‘gezonder’ mediabeeld te creëren. Een goedbedoeld initiatief: het is waar dat meisjes en vrouwen die werken in een sector waar gewicht en uiterlijk een belangrijke rol spelen een verhoogd risico lopen op het ontwikkelen van een eetstoornis. Daarnaast is een hoger percentage modellen dan niet-modellen ooit gediagnosticeerd met een eetstoornis. Afbeeldingen van deze ‘dunne’ modellen in de media hebben vervolgens negatieve effecten op vrouwen en adolescente meisjes tot gevolg; zo worden deze afbeeldingen geassocieerd met extreem lijngedrag en de ontwikkeling van eetstoornissymptomen, die kunnen uitgroeien tot een eetstoornis. Dat hier iets moet gebeuren, moge duidelijk zijn. Gelukkig is de mode-industrie zich hiervan bewust.

Bmi-ban door de jaren

De Madrid Fashion Week-organisatie nam het voortouw in het nemen van verantwoordelijkheid door de bmi-drempel te introduceren. Dit gebeurde in 2006; een maand na de dood van het 22-jarige Uruguayaanse model Luisel Ramos, dat stierf aan de gevolgen van anorexia nervosa. Had je als model een bmi-score lager dan 18, dan was je dus de pineut: de Madrileense catwalk was voor jou verboden terrein. Italië volgde dit voorbeeld en bande tijdens de Fashion Week van dat jaar de ‘size zero’ van haar catwalks. Zes jaar later gaat  Israël een stap verder door een wet aan te nemen die het modellen met een bmi-score lager dan 18,5 belet hun werk uit te voeren. Als ultra-lichtgewicht kun je tot slot op je dunne buik schrijven ooit nog aan het werk te kunnen voor het toonaangevende modeblad Vogue.

Tekortkomingen van een bmi-drempel en een ban voor ‘dunne’ modellen

Hoewel ik overtuigd ben van de goede intenties, kleven aan het hanteren van een bmi-drempel mijns inziens een aantal tekortkomingen. Zo geeft de bmi-score slechts het aantal kilogrammen per vierkante meter van een persoon aan en is een eetstoornis een psychische stoornis, waarvan een lage bmi-score enkel een mogelijk gevolg is. Een lage bmi-score betekent daarom niet automatisch dat er sprake is van een eetstoornis. Bovendien bevinden veel modellen zich in hun puberteit, waarin ondergewicht door de groeispurt niet ongewoon of automatisch ongezond is. Daarnaast zijn de meeste modellen van nature dun. Een model met een bmi-score lager dan 19 is derhalve niet perse ongezond; een model met een bmi-score van 16 kan daardoor in grotere gezondheid verkeren dan een model met een score van 19. Een bmi-score kan dus niet op zichzelf gebruikt worden om uit te wijzen of een model  lijdt aan een eetstoornis. Daarom lijkt een op de bmi gebaseerde drempelwaarde die bepaalt of een model haar werk al dan niet mag uitvoeren oneerlijk ten opzichte van het model en ineffectief als het gaat om het aantal modellen dat lijdt aan een eetstoornis omlaag brengen.

Verder is de opbouw van het lichaam bepalend voor iemands bmi-score, waardoor twee modellen met een vergelijkbare bmi-score er totaal verschillend uit kunnen zien. Het hanteren van een bmi-drempelwaarde om een ‘gezonder’ mediabeeld te creëren lijkt om die reden tevens ineffectief. Ik pleit daarom voor het zoeken naar een effectieve, ‘modelvriendelijke’ oplossing om enerzijds het aantal modellen met eetstoornissen omlaag te brengen en anderzijds de negatieve effecten van afbeeldingen ‘dunne’ modellen in de media op het publiek te verminderen.

Een modelvriendelijke oplossing

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt de effectiviteit van labels op afbeeldingen om deze negatieve effecten te verminderen. Mijn suggestie is daarom om een voorbeeld te nemen aan de huidige wetgeving in Israël, die er tevens toe dwingt een ​​informatielabel toe te voegen aan een afbeelding wanneer het model hierop technisch is gemanipuleerd om haar er dunner uit te laten zien. Indiceer verder een eetstoornis door middel van observatie, niet enkel door middel van beoordeling van fysiek voorkomen en een kwantitatieve meting. Dit is ten opzichte van modellen een billijker oplossing en tevens een effectievere methode om het aantal eetstoornissen onder modellen terug te dringen en indirect het ontstaan van eetstoornissen onder de massa te beïnvloeden, dan het (enkel) hanteren van een bmi-drempel.

De auteur is model en masterstudent Communicatiewetenschappen VU, specialisatie Marketing & Gezondheidsvoorlichting

Angela Willemse
hits 8187

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties