Europa kan vluchtelingen goed gebruiken

OPINIE

17 september 2015

Europa kan vluchtelingen goed gebruiken

Europa kan gemakkelijk oorlogsvluchtelingen opvangen. Niet piepen dus, maar gewoon: welkom zeggen, vindt promovendus Erik van Ommering.

Beiroet, LIBANON

Het groeiende aantal vluchtelingen dat Nederland bereikt, is eerder een test voor onze waarden dan voor onze instituties. Met een comfortabele vierde plaats op de mondiale Human Development Index en een dertiende positie op de lijst van landen met het hoogste bruto nationaal product per hoofd van de bevolking hoeft Nederland gelukkig geenszins bang te zijn dat de instroom van een relatief klein aantal vluchtelingen onze samenleving of cultuur opeens zal ontwrichten.

Ter vergelijking een kijkje in Libanon, een van de landen waarnaar onze politici wijzen wanneer ze spreken over het opnemen van Syrische vluchtelingen “in de regio”. Sinds het uitbreken van de oorlog in 2011 hebben zo’n anderhalf miljoen Syriërs in Libanon hun heil gezocht. Voor het begin van de crisis telde het land zo’n vier miljoen inwoners, nu zijn dat er 5,5 miljoen. Daarmee is een op de drie mensen vluchteling. Omgerekend naar Nederland zou dat een instroom van 5,5 miljoen mensen betekenen.

Gaat dat dan zo soepel, de opvang in Libanon? Alom werd gedacht dat dit land, waar een derde van de bevolking vóór de crisis al onder de relatieve armoedegrens leefde, gauw onder de vluchtelingenstroom zou bezwijken. Zeker gezien zijn eigen geschiedenis van burgeroorlog, ondermijnd centraal gezag en buitenlandse bezetting – nota bene door Syrië zelf. En inderdaad, spanningen zijn hier toegenomen. Syriërs zijn goedkope arbeidskrachten die arme Libanezen uit hun banen drukken. Publieke diensten als onderwijs en afvalinzameling kunnen de toegenomen vraag niet aan (tijdens het schrijven van dit stukje is de stroom vijf keer uitgevallen). Toch zijn dit allemaal geen nieuwe problemen – ze worden hooguit uitvergroot door de instroom van Syriërs. Het absorptievermogen is verbazingwekkend groot gebleken.

Desondanks heeft Libanon afgelopen mei de grenzen gesloten. De maximale capaciteit is bereikt, zegt de regering. En dat zien vluchtelingen zelf ook. Ze treffen weliswaar geen directe oorlog aan, maar wel omstandigheden die niet levensvatbaar genoemd kunnen worden, zeker niet met het perspectief dat ze de komende tien jaar nog niet naar huis zullen kunnen. Daarbovenop komt het steeds verder inperken van internationale hulp: vorig jaar kwam slechts de helft van het benodigde budget binnen, dit jaar zitten we op een kwart. De meest kwetsbare vluchtelingen krijgen nu nog tien euro per maand aan voedselhulp; het gros krijgt helemaal niets. Moeten we dan verbaasd zijn dat vluchtelingen verder reizen, op zoek naar een menswaardig bestaan?

In Nederland en Europa lijkt intussen een sterke tegenstelling te ontstaan tussen verwelkomende initiatieven enerzijds en aan haat grenzend wantrouwen anderzijds. Tussen leiders die medemenselijkheid willen laten prevaleren boven praktische kwesties en politici die de onderbuik uitventen zonder realistische oplossingen aan te dragen. Europa is geen eiland en heeft immigratie keihard nodig om de effecten van vergrijzing het hoofd te bieden. Oorlogsvluchtelingen zijn geen ‘gevaarlijke gelukszoekers’, maar mensen op zoek naar een veilig bestaan, werk, en manieren om bij te dragen aan de samenleving – eigenlijk zijn ze net als wij. We kunnen niet selectief de vruchten plukken van mondialisering en doen alsof haar negatieve uitwassen ons niet aan gaan. Praktische oplossingen liggen voor het oprapen en die kunnen we in Europa gelukkig ook betalen. We hoeven ze alleen maar te willen.

Erik van Ommering is promovendus aan de afdeling Sociale en Culturele Antropologie. Daarnaast coördineert hij een hulpprogramma voor vluchtelingen in Libanon en Jordanië.
hits 2865

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties