Drones doen het werk van agenten

OPINIE

25 januari 2016

Drones doen het werk van agenten

De politie lijkt te denken dat de techniek het werk voor haar kan doen. En daarmee delegeert ze haar verantwoordelijkheid voor veiligheid.  

Een drone is een vliegtuig zonder piloot dat vanaf de grond kan worden bestuurd of via een computer in het vliegtuig. We kennen drones vooral uit het leger. Ze worden gebruikt om gerichter aanvallen uit te kunnen voeren op vijandelijke doelen, zoals het doden van vijandige soldaten. De Verenigde Staten gebruiken gevechtsdrones sinds 2002. Uit documenten op het internet, de Drone Papers, blijkt dat er circa vierduizend mensen door Amerikaanse drones zijn gedood, van wie bijna vijfhonderd burgerdoden. Ondanks kritiek op de onzorgvuldigheid van dit onbemande vliegtuig heeft Obama het gebruik ervan verder opgevoerd.

Tegenwoordig worden drones ook ingezet voor civiele toepassingen. Harde militaire middelen worden hiermee genormaliseerd in het dagelijkse leven. Zo maakt de nationale politie steeds meer gebruik van drones voor surveillancedoeleinden, om toezicht te houden bij grote evenementen bijvoorbeeld en voor recherchewerk vanuit de lucht. Drones kunnen luchtfoto’s maken van de plaats van het delict, wietplantages opsporen en auto’s van criminelen volgen. Criminaliteitsbestrijding wordt zo goedkoper. En de veiligheid neemt toe, aldus de politie.

Met Michel Foucault zou je hier kunnen spreken van een koloniaal boemerangeffect. Militaire middelen om vijandig gedrag in andere landen te bestrijden, worden nu in eigen land ingezet om veranderingen tot stand te brengen. De kolonisering draait zich dus om. De buitenlandse strijd wordt geïnternaliseerd. De boemerang wordt ook weer teruggekaatst. Inmiddels is er anti-dronetechnologie te koop. Zo heeft Airbus een systeem ontwikkeld om het signaal van een drone te blokkeren. Boeing heeft lasers uitgevonden om ze uit de lucht te schieten. Tegelijkertijd zijn er drones op de markt die niets van doen hebben met militaire en politietoepassingen. Ontwikkelingsorganisaties gebruiken ze bijvoorbeeld om voedsel over grote afstanden via lucht te vervoeren.

Maar er is nog iets anders aan de hand. De gretigheid waarmee de politie zich richt op het gebruik van drones in de opsporing verraadt een trend die al lang aan de gang is. Steeds meer lijkt de politie te denken dat de techniek het werk voor haar kan doen.
De uitbesteding van het politiewerk aan technische apparaten als drones, camera’s en computers verlost de politie van de noodzaak om zelf actie te ondernemen. Ze delegeert de verantwoordelijkheid voor veiligheid aan de techniek van het middel. Niet voor niets is de agent steeds minder fysiek in de wijk te vinden. De drones werken voor de agenten. Dag en nacht. Het resultaat hiervan is dat de politie actief is door passief te blijven. Deze vorm van interpassiviteit zien we ook terug op andere gebieden. Een vaste ingrediënt van comedy’s is de ingeblikte lachband waardoor we zelf niet meer hoeven te lachen. De uitbesteding van verantwoordelijkheid voor de veiligheid aan drones is echter minder onschuldig dan het op het eerste gezicht lijkt. De groeiende interpassiviteit van de politie is echter minder onschuldig dan het op het eerste gezicht lijkt. Zo roept de uitbesteding van verantwoordelijkheid voor de veiligheid aan drones vragen op naar de uitoefening van haar geweldsmonopolie, het recht om geweld toe te passen. Wordt het recht van de politie om te doden of in leven te laten nu ook een technische beslissing?

Marc Schuilenburg doceert aan de afdeling Strafrecht en Criminologie. Zijn nieuwste boek heet The Securitization of Society: Crime, Risk, and Social Order.
hits 1682

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties