Deeltijdwerk voor vrouwen is geen ‘keuze’

OPINIE

07 maart 2017

Deeltijdwerk voor vrouwen is geen ‘keuze’

Anders praten over werk en zorg helpt de emancipatie vooruit, vindt Claartje Vinkenburg.

Advalvas kopte onlangs ‘Ook jonge vrouwen werken vooral in deeltijd.’ De eerste zin luidde: ‘Kinderen of niet: jonge vrouwen kiezen er vaker voor om in deeltijd te werken dan mannen’. Het SCP-onderzoek dat hieraan ten grondslag lag, werd in andere media met meer nuance gebracht. De Volkskrant van 1 februari 2017 kopte ‘Deeltijd is nu eenmaal de norm’ en de NRC van 31 januari voegde eraan toe ‘niet omdat ze het willen’.

Mijn stelling is dat het streven naar economische zelfstandigheid van vrouwen wordt gehinderd door deeltijdwerk een keuze te noemen. Zolang we blijven herhalen dat ‘vrouwen kiezen voor deeltijd’ is het immers hun eigen verantwoordelijkheid dat zij slechts beperkt economisch zelfstandig zijn. Het sterk normatieve en stereotiepe beeld dat mannen vooral werken en vrouwen vooral zorgen wordt zo in stand gehouden. Niet alleen in de media, ook in beleidsstukken is de retoriek van de keuze alomtegenwoordig. Bovendien formuleren vrouwen zelf de manier waarop zij hun tijd indelen graag als ‘keuze’.

Dat we massaal de weg van de minste weerstand volgen, komt niet in ons op – laat staan dat we dit patroon kunnen duiden als een sociaal-economisch fenomeen dat door fiscale, arbeidsrechtelijke en maatschappelijke regelingen zoals schooltijden in stand wordt gehouden. De ‘ma-di-do-vrouw’ is getuige haar e-mailadresregel alleen bereikbaar op maandag, dinsdag en donderdag – beter bewijsmateriaal voor een structurele verklaring is er niet. Wie er als Nederlandse vrouw echter voor ‘kiest’ om voltijd of niet te werken, moet zich voortdurend verantwoorden.

Een van de belangrijkste redenen waarom Nederlandse vrouwen in deeltijd werken is dat zij op deze manier werk en zorg kunnen combineren. Waar in andere landen de arbeidsparticipatie van vrouwen vaak lager is omdat werken en zorgen niet samengaan, biedt het recht op deeltijd deze mogelijkheid wel. Sterker nog: deeltijd wordt door velen beschouwd als dé oplossing voor de groeiende zorgdruk als het gevolg van de vergrijzing van de bevolking. De participatiemaatschappij staat of valt bij de beschikbaarheid van mensen die tijd hebben om te zorgen. Zorgen beperkt zich echter niet tot jonge kinderen en ouder wordende ouders – en het zijn ook niet alleen vrouwen die zorgen. Zorgeloze werknemers bestaan niet meer volgens Kim Putters, directeur Sociaal en Cultureel Planbureau.

Voor mannen geldt het omgekeerde: we praten nooit over keuze als het gaat over mannen en voltijd werken. Dat mannen voltijd werken en daarmee de kost verdienen is de norm. De macht van de vanzelfsprekendheid maakt het voor mannen moeilijk om van de norm af te wijken. Het dominante anderhalfverdienersmodel is een keurslijf geworden dat ook bij mannen wringt.

Dat hoogopgeleide jonge vrouwen in 2017 vaker in deeltijd werken dan mannen is een nieuwswaardig feit. Maar hun gedrag afstempelen als een keuze is ronduit onverantwoord. Om het duurzaam combineren van werk en zorg mogelijk te maken en om de economische zelfstandigheid van vrouwen te promoten, moeten we dus ophouden met praten over keuzes. Werkgevers moeten flexibiliteit bieden aan zowel vrouwen als mannen, zodat ze én economisch zelfstandig kunnen zijn én kunnen zorgen. Daarmee doorbreek je ook normatieve opvattingen over mannen en vrouwen. 

De auteur is universitair hoofddocent bij Bedrijfskunde en zelfstandig adviseur

Claartje Vinkenburg
hits 1514

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties