De overheid moet niet alles willen weten

OPINIE

04 november 2014

De overheid moet niet alles willen weten

Deze regering probeert fraude en onveiligheid te bestrijden door privégegevens van burgers aan elkaar te koppelen. Maar zo los je de problemen niet op, vindt Marc Schuilenburg.

Misschien heeft u het gemist in alle commotie over Zwarte Piet. Maar we worden niet alleen door Sinterklaas in de gaten gehouden, maar ook door minister Lodewijk Asscher. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is begonnen om grote hoeveelheden privégegevens van burgers aan elkaar te koppelen. Het gaat hierbij om fiscale gegevens, arbeidsgegevens, boetes en sancties, huisvestingsgegevens, pensioengegevens, toeslagen- en subsidiegegevens.
Met behulp van zogeheten ‘risicomodellen’ worden burgers geselecteerd die mogelijk fraude hebben gepleegd. Dit vooraf voorspellen wie in de gaten moet worden gehouden, noemt men het Systeem Risico Indicatie (SyRI). Via dit systeem, zo meent Asscher, kan de overheid effectiever zoeken naar burgers die misschien misbruik maken van sociale voorzieningen. Zo kan een laag waterverbruik wijzen op fraude, omdat de woning dan onbewoond is.
De digitale totaalcontrole door Vadertje Staat van mogelijke fraude met belasting en uitkeringen is een nieuw, maar dankzij minister Ivo Opstelten ook bekend verhaal.
Zo is ook het ministerie van Veiligheid en Justitie veranderd in een zoekmachine naar mogelijk crimineel gedrag. Dienst Justis bijvoorbeeld verzamelt informatie uit allerlei bronnen om op basis van risicoprofielen te voorspellen of bepaalde rechtspersonen een verhoogd risico op misbruik met zich meebrengen. Ook hier helpen datamining en patroonherkenning om verdachte personen vooraf te signaleren. De opsporingshonger van Asscher en Opstelten is tekenend voor de tijd waarin we leven. Een tijd waarin vertrouwen niet het uitgangspunt is, maar voorzorg, risico en controle.
De vraag is of dat genoeg is om het gewenste niveau van veiligheid bereiken. Er is ook een andere kant van de medaille. Zo is veiligheid zowel de producent als het product van vertrouwen en solidariteit. Hoe paradoxaal dat laatste ook klinkt, het sluit wel aan op de conclusie van wetenschappers als Frans de Waal en Steven Pinker dat de mens van nature empathisch is en geneigd tot samenwerken. Voor een belangrijk deel speelt daarbij mee dat burgers uitgaan van de goede trouw van de ander en het gemeenschappelijk boven het eigen belang laten prevaleren. 
Het zijn ook precies deze positieve eigenschappen waar wetenschappelijke stromingen als Positive Criminology en Positive Psychology aandacht voor vragen. Uit deze literatuur doemt een volledig andere beleidsagenda op dan nu wordt uitgevoerd. De zo gewenste veiligheid komt namelijk niet dichterbij door de inzet van geautomatiseerde risicoprofilering en ongebreidelde gegevensuitwisseling alleen.
Sterker nog, steeds sterker is de overtuiging dat de basis van een levensvatbare samenleving evenzeer wordt gevormd door het verstevigen van vertrouwen, zorgzaamheid en verbondenheid: de positieve invulling. Een radicaal voorstel: probeer niet enkel onveiligheid te bevechten, maar ook veiligheid te creëren. Dat is een fundamenteel andere benadering van hetzelfde probleem. Opvallend is echter dat de overheid nog steeds meent dat veiligheid moet worden afgedwongen, bijvoorbeeld door iedere burger als risicoburger te zien. Hoe zei Vladimir Lenin het ook al weer? ‘Vertrouwen is goed, controle beter.’

Marc Schuilenburg doceert aan de afdeling Strafrecht en Criminologie
hits 18211

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties