De criminaliteitscijfers kloppen niet en dat is uw schuld

OPINIE

25 november 2015

De criminaliteitscijfers kloppen niet en dat is uw schuld

De criminaliteitscijfers zijn afhankelijk van meldingen van burgers. Maar de aangiftebereidheid onder burgers is dramatisch laag: onder de 40 procent.

Vorige maand werden de criminaliteitscijfers gepresenteerd over 2014. In het rapport Criminaliteit en Rechtshandhaving van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum, de Raad voor de Rechtspraak, het Centraal Bureau voor de Statistiek, het Parket-Generaal en de Nationale Politie staan de statistische gegevens over criminaliteit en het optreden van politie en justitie daartegen. Een rapport van deze instanties zou toch een degelijk inkijkje moeten geven in de stand van de criminaliteit in Nederland. Maar dat valt tegen. En een van de belangrijkste redenen daarvoor bent u.

Die criminaliteitscijfers zijn vooral een weergave van de politieadministratie. Het overgrote deel van die registraties is van meldingen die burgers doen. De politie neemt zelf maar weinig misdrijven waar. Hier moet meteen bij gezegd dat dat ook niet zo vreemd is. De politie krijgt nogal eens voor de kiezen dat ze meer boeven moet vangen, maar de meeste boeven plegen die misdrijven niet onder haar neus. Om de pakkans op heterdaad – in politiejargon heterdaadkracht – te verhogen, moet de politie het dan ook hebben van mensen die melding maken op het moment dat een misdrijf wordt gepleegd. Zonder direct te kunnen reageren is de pakkans gereduceerd tot de kans dat er voldoende informatie te vinden is om verder naar daders te rechercheren. De capaciteit die daarvoor beschikbaar is en of het betreffende misdrijf op het prioriteitenlijstje van politie en Openbaar Ministerie staat, zijn daarna van belang voor het al dan niet oplossen van een misdrijf. De politie kan daarin wel beter en efficiënter worden, maar dat gaat niet zomaar.

Gezien de beperkte capaciteit van de politie en het aantal misdrijven dat wordt gepleegd, moet de politie prioriteiten aanbrengen. Het rechercheren naar sommige misdrijven krijgt meer prioriteit dan andere. Zo hebben ernstige misdrijven altijd voorrang, de politie kan een moord tenslotte niet niet onderzoeken, maar veelvoorkomende misdrijven als woninginbraken concurreren met elkaar om bovenaan de lijst te komen. Op dit moment ligt de meeste aandacht bij high impact crimes zoals woninginbraak, straatroof en overvallen. Die rangorde kan van tijd tot tijd variëren, want die wordt onder andere gebaseerd op de aangiftecijfers.

Tot zover lijken de criminaliteitscijfers dus redelijk betrouwbaar. Ernstige misdrijven worden in de regel wel bekend bij de politie. Misdrijven met grote impact op de slachtoffers in de regel ook. U doet immers wel aangifte als u slachtoffer bent van een inbraak, alleen al voor de verzekering. Van veel andere voorvallen blijken burgers geen aangifte te doen. Uit onderzoek onder de bevolking via de Veiligheidsmonitor – waarin naar slachtofferschap en aangiftebereidheid wordt gevraagd – blijkt de bereidheid tot melden laag. De aangiftebereidheid ligt momenteel onder de 40 procent.

Om uiteenlopende redenen en niet allemaal onterecht doen burgers niet altijd aangifte. Toch is daarmee het probleem dat de politie haar capaciteit misschien niet goed inzet en weinig zaken oplost, ook de schuld van de burger. Zonder informatie over misdrijven kan de politie niet goed worden ingezet en dat is nu juist ook in uw belang. 

Jasper van der Kemp is coördinator minor minor forensische criminologie & project Gerede Twijfel
hits 2172

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties