'Besluitvaardigheid van universiteit is ineengestort'

OPINIE

04 mei 2017

'Besluitvaardigheid van universiteit is ineengestort'

De bestuurders van UvA en VU hadden zich in hun besluit over de bètaverhuizingen niet moeten voegen naar de luimen van de ondernemings- en studentenraden, vindt Walter Hoogland, emeritus hoogleraar aan de UvA.

Al vele jaren wordt met grote ­inzet gewerkt aan de realisering van een intensieve samenwerking van de bètafaculteiten van de UvA en de VU.

Daar is een groot aantal goede redenen voor. Het is goed voor de kwaliteit van de ­wetenschap, die zeker in de bètawetenschappen gebaat is bij het vergroten van de schaal: meer armslag voor investeringen in dure apparatuur, een uitgebreider en diverser wetenschappelijk netwerk, een groter en beter onderwijsaanbod.

De sterke positie die Amsterdam heeft op het gebied van wetenschap en technologie, krijgt er een nog steviger fundament mee. De stad kan zich beter manifesteren als belangrijke speler op het mondiale speelveld van de kennis­economie en wordt een aantrekkelijker partner en vestigingsplaats voor zowel bedrijven als (inter)nationale wetenschappelijke instituten.

Een belangrijk element van de samenwerkingsplannen was het voornemen disciplines te concentreren op Amsterdam Science Park en de VU-campus op de Zuidas. Daarbij was ook voorzien dat, met aanzienlijke financiële steun van externe partijen (NWO, gemeente Amsterdam, rijk), een nieuw technologiegebouw op ­Amsterdam Science Park zou worden neer­gezet, dat mede huisvesting zou bieden aan het nu nog in Utrecht gevestigde Nederlands Instituut voor Ruimtewetenschappen.

Vervolgens werden bestuursleden benoemd met een grote mate van ontvankelijkheid voor de stem van de straatAan die plannen kwam 21 april een abrupt eind toen de colleges van bestuur van de UvA en de VU aan hun medewerkers lieten weten het 'definitieve' besluit te hebben genomen van de verhuisplannen af te zien. De reden: de medezeggenschap van de UvA lag dwars.

Deze treurige beslissing is direct te herleiden tot het democratiseringsrumoer dat de UvA twee jaar geleden teisterde. Als concessie aan het protest kreeg de medezeggenschap, ­zowel ondernemingsraad als studentenraad, meer zeggenschap in de universitaire besluitvorming.

Vervolgens werden bestuursleden benoemd, met een grote mate van ontvankelijkheid voor deze stem van de straat. Het gevolg is dat de besluitvaardigheid van de universiteit is ineengestort. Er wordt vaak vergoelijkend gesproken over de UvA als een vertederende exponent van de vrijstaat Amsterdam.

Een andere dooddoener is dat een universiteit niet als een bedrijf kan worden ­bestuurd. Beide opmerkingen gaan voorbij aan het feit dat een organisatie die jaarlijks honderden miljoenen aan overheidsgelden uitgeeft, op professionele manier moet worden bestuurd.

Natuurlijk moet rekening worden gehouden met de belangen en standpunten van personeel en studenten, maar bij wezenlijke beslissingen - en zeker als de impact daarvan uitstijgt boven het nauwe universitaire belang- dienen bestuurders ondernemerschap te tonen, een ­visie te hebben, de wil om die visie uit te voeren en de moed om als dat nodig is zich te distantiëren van de luimen van een ondernemings- of studentenraad.

Het besluit gaat in tegen de wens van de grote meerderheid van de staf van de faculteitenMensen, ook studenten, zijn behoudend, en verzetten zich tegen ingrijpende veranderingen. Als aan die neiging gehoor zou zijn gegeven, zou er, weet ik uit ervaring, geen nieuwbouw zijn geweest voor de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica in Amsterdam Science Park. Dan zou ook Amsterdam Science Park niet zijn geworden wat het nu is.

Het besluit van de colleges van bestuur be­tekent een aanzienlijke kapitaalvernietiging: jaren van intensieve inzet van een groot aantal medewerkers en niet alleen van de twee universiteiten blijken nutteloos te zijn geweest. Het besluit gaat in tegen de wens van de grote meerderheid van de staf van de faculteiten, brengt onherstelbare schade toe aan de geloofwaardigheid van de twee universiteiten en ondermijnt in bredere zin de positie van wetenschap en technologie in Amsterdam.

Het is een beslissing die daarom een aanzienlijk grotere reikwijdte heeft dan de UvA en de VU en je kunt je afvragen of, gezien het belang voor de metropoolregio Amsterdam, er niet enige bemoeienis van die kant zou moeten zijn om de rug van de UvA bestuurders te rechten.

Walter Hoogland is emeritus hoogleraar experimentele hoge-energiefysica en voormalig decaan van de faculteit Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica van de Universiteit van Amsterdam. Dit stuk werd eerder vandaag gepubliceerd in Het Parool.

Walter Hoogland
hits 1309

{ Lees de 1 reactie }

Deze boodschap met harde woorden over "treurige besluitvorming", "schade die is toegebracht" en impliciete kwalificaties over gebrek aan visie en ondernemerschap van het CvB is beter gericht aan de raad van toezicht die deze bestuurders benoemt en controleert. De vraag is of de raden van toezicht VU+UvA akkoord waren met dit besluit, hebben zij er een rol in gespeeld?

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties