'Studentenraad kwam op voor bètastudenten’

NIEUWS

VU/UvA  24 mei 2017

'Studentenraad kwam op voor bètastudenten’

reacties 3

De voorzitter van de studentenunie Asva Henriëtte Hoogervorst vindt het onterecht dat vooral de studenten de schuld krijgen van het stuklopen van de voorgestelde bètasamenwerkingsplannen.

‘De studentenraad heeft gedaan waarvoor zij bestaan: opkomen voor de belangen van studenten’, schrijft ze in een opiniestuk in Het Parool. Hoogervorst reageert met haar stuk op kritiek van wetenschappers op het afblazen van de bètaverhuizingen.

‘Dit is een historische fout’, zei bijvoorbeeld Ivo van Stokkum, voorzitter van de bètamedezeggenschapsraad aan de VU, tegen Advalvas. ‘Je kunt ze totale visieloosheid verwijten.’ En Walter Hoogland, emeritus hoogleraar aan de UvA, schreef in Het Parool dat de bestuurders van UvA en VU zich in hun besluit over de bètaverhuizingen niet hadden moeten voegen naar de luimen van de ondernemings- en studentenraden.

Hypocriet

Hoogervorst noemt Hoogland hypocriet, omdat hij er als bètadecaan aan de UvA in 2005 zelf bij was toen een fusie tussen de VU- en UvA-bètafaculteiten niet doorging vanwege te grote verschillen. ‘Als er destijds naar studenten was geluisterd, hadden we er nu waarschijnlijk heel anders voor gestaan.’

Ze vindt dat er niet genoeg en niet vroeg genoeg gesprekken zijn geweest met de studenten en medezeggenschapsorganen, en stelt dat de studentenraad goed is opgekomen voor de belangen van studenten. ‘Met dit soort fusies moet er een goed uitgewerkt plan liggen dat de kwaliteit van onderwijs waarborgt. […] Ik ben blij dat de studentenraad de kwaliteit van onderwijs boven internationale allure van de universiteit stelt.’

Marieke Kolkman
BEELD: Cover van Classics Comics no. 7
hits 1273

{ Lees de 3 reacties }

In haar reactie op mijn opiniestuk van 4 mei getuigt Henriette Hoogervorst in een warrig betoog van haar overtuiging dat “Studenten belangrijker zijn dan internationale allure”. Een verrassende opmerking, die, zelfs voor een student, een pijnlijk gebrek toont aan academisch besef over de wisselwerking tussen internationaal vooraanstaand onderzoek en de kwaliteit van het onderwijs. De kern van haar verhaal lijkt verontwaardiging te zijn over mijn bestuurlijke schuldenaarschap. Daartoe lardeert ze haar betoog met een aantal, ongetwijfeld als venijnig bedoelde, opmerkingen over mijn rol bij het tot stand komen van de samenwerking tussen UvA en VU bètafaculteiten. Helaas maakt ze daarbij duidelijk dat ze weliswaar de klok heeft horen luiden, maar niet weet waar de klepel hangt. Onbedoeld maakt ze ook duidelijk waarom studenten, passanten aan de universiteit, niet op basis van hun povere geinformeerdheid instemmingsrecht moeten hebben over beslissingen, die de lange termijn toekomst van het wetenschappelijk onderzoek EN onlosmakelijk daarmee verbonden het onderwijs bepalen.

Het is waar, ik was ooit decaan van de UvA bètafaculteit, maar slechts tot 2005. Kortom hoe graag ik ook zou hebben bijgedragen aan het fusieproces van VU en UvA faculteiten, ik heb er niets mee van doen gehad. Wel kan ik bekennen, dat, toen ik in 1996 door de UvA werd gevraagd als clusterdecaan de fusie van drie UvA bètafaculteiten te realiseren, het initiatief heb genomen om met mijn VU collega’s de mogelijkheid te bespreken één grote Amsterdamse bètafaculteit te vormen. Een voor de hand liggende gedachte, aangezien de UvA een nieuwe faculteit wilde bouwen in wat nu Amsterdam Science Park heet, de VU zijn oude gebouwen aan de Zuid-as wilde renoveren en het aantal bètastudenten destijds op een bedroevend dieptepunt stond. UvA en VU visten in een vijver, waar nauwelijks vissen in zwommen. Helaas de tijd was er nog niet rijp voor. Mijn VU-collega’s waren ontvankelijk voor de gedachte maar het VU CvB nog niet. Dat studenten vooral de status quo nastreven bleek toen overigens ook al. Er was weinig sympathie voor de fusie van de drie UvA faculteiten en ook later kon de bouw van de nieuwe faculteit op weinige enthousiasme rekenen. Het laatste met als argument dat de Watergraafsmeer te ver van de stad zou liggen. Vandaar mijn eerdere opmerking dat als de studentenraad en/of de ondernemingsraad toen instemmingsrecht hadden gehad er van een fusie van drie faculteiten, nieuwbouw in de Watergraafsmeer en de stormachtige ontwikkeling van Amsterdam Science Park niets terecht zou zijn gekomen. De juistheid van de toenmalige beslissingen wordt overigens door de huidige studenten niet ontkent. Het feit dat het aantal studenten, na het tot stand komen van het nieuwe faculteitsgebouw, sterk is gegroeid onderstreept dat.

Ook al heb ik dan geen verantwoordelijkheid gehad voor de onderhandelingen van de afgelopen jaren tussen UvA en VU, ik blijf natuurlijk wel geïnteresseerd. Ik weet daarom dat de suggestie van Henriette dat de fusie van de VU en UvA faculteiten gestrand zou zijn tegen de wens van de studenten in, getypeerd moet worden als verzonnen nieuws. Het waren de studenten die geen fusie wilden. De colleges zijn vervolgens overstag gegaan, hebben de fusie afgeblazen en hebben ingezet op intensieve samenwerking als alternatief. Het annuleren van de fusie werd door bestuurders zelfs aangevoerd als bewijs voor het feit dat er wel degelijk door hen naar de studenten werd geluisterd.

Nog zo’n pijnlijk gebrek aan kennis: SRON is geen bedrijf, het is een gerenommeerd onderzoeksinstituut, gefinancierd door NWO, dat zich bezig houdt met de bouw en wetenschappelijke exploitatie van instrumenten in de ruimtevaart voor astrofysisch en geofysisch onderzoek. Ik heb me met de komst daarvan intensief bezig gehouden vanuit de overtuiging dat het een aanwinst zou zijn geweest voor onderzoek en onderwijs in Amsterdam. Het zou studenten unieke kansen hebben geboden om toegang te krijgen tot kennis op wereldniveau. Gemeente, rijk, NWO waren bereid daar vele tientallen miljoenen in te investeren. Die kansen hebben de vrienden en vriendinnen van Henriette getorpedeerd.

Onwetendheid is natuurlijk geen schande, maar als het ingezet wordt om de universitaire en dus ook de studenten belangen zo te schaden als nu is gebeurd dan wordt het onvergeeflijk.

@Walter Hoogland: Heel erg zielig dat je je zo bedreigd voelt dat je als volwassen, (oud)decaan op de man gaat spelen. Dat je een reactie langer dan het stuk zelf nodig hebt om van je af te snauwen en haar te mansplainen. Dàt is pas pijnlijk.

Hé, meneer Hoogland, ik weet uit betrouwbare bronnen dat echt niet alle studenten de samenwerking wilden afblazen. Sterker nog, ik denk dat de VU studenten héél goed het belang van de samenwerking inzagen, maar onze studenten wordt immers geleerd om verantwoordelijkheid te nemen. Ik ben het met u eens dat heel veel mensen niet kunnen denken over de gevolgen op de lange termijn, maar het lijkt hier alsof u alle studenten over één kam scheert, wat wederom een teken lijkt te zijn dat studenten er niet toe doen. U houdt zo het beeld in stand dat studenten geen aandacht verdienen, terwijl juist het onderwijs kapot bezuinigd wordt door deze gedachte en dat gaat ook, ik herhaal, ook, ten koste van het onderzoek.

U weet ook als geen ander dat er altijd wel weer een nieuwe mogelijkheid zich aandient, en in tegenstelling tot een starre UvA weet de VU wel haar kansen te benutten. Ik denk dat UvA studenten bang waren om hun identiteit te verliezen, nou, die identiteit mogen ze hebben. De VU heeft gewoon een grondslag en is altijd al een universiteit geweest met een identiteit. Als de VU haar samenwerking op bèta vlak niet kan organiseren met de UvA via een fusieverband, dan kijken we wel weer naar nieuwe mogelijkheden. Als u me daarin niet gelooft: ik ben altijd bereid om hierover te praten. Het is alleen, helaas, nog niet aan mij om dergelijke beslissingen te nemen, maar dat weet u als goede bestuurder ook wel.

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties