Meer wetenschap achter de tralies

NIEUWS

Wetenschap  22 oktober 2012

Meer wetenschap achter de tralies

Justitie in Nederland maakt veel te weinig gebruik van wetenschappelijke inzichten bij de behandeling van gedetineerden. Dit was de strekking van alle vier lezingen op het congres het criminele brein dat studievereniging VSPVU afgelopen donderdag organiseerde.

“De praktijk in de gevangenis sluit niet goed aan bij de academische wereld.” Zo begon de voormalig directeur van de Bijlmer Bajes Pierre Stalman zijn lezing op het congres. In Nederland is de recidive veel hoger dan in menig ander land. Van de volwassen gedetineerden is na zes jaar 70 procent opnieuw veroordeeld voor een strafbaar feit, terwijl dat in percentage in Finland bijvoorbeeld maar 5 procent is. “Rara, hoe kan dat?”, vroeg Stalman zich af. Dit verschil te verklaren leek hem een mooie uitdaging voor de wetenschap, die doorgaans weinig interesse in het gevangeniswezen aande dag legt.

Hoge recidive in Nederland

Maar anderzijds  dringt de wel aanwezige wetenschappelijke kennis ook  nauwelijks door tot  in de gevangenissen, stelde Stalman. Zo wordt pas sinds kort gebruik gemaakt van inzichten uit de neuropsychologie in de Bijlmerbajes bij de screening en begeleiding van gedetineerden, en zelfs dat nog maar mondjesmaat. En dat terwijl een derde  van de 360 plaatsen  in de gevangenis zijn gereserveerd voor  de moeilijkste gevangenen met een psychiatrisch probleem. En als die problemen in de gevangenis niet adequaat worden behandeld, is natuurlijk de kans op herhaling na de straf erg groot. De helft van de vrijgelaten delinquenten zit dan ook na twee jaar alweer achter de tralies. En veel van hen zijn al binnen 48 uur na vrijlating de fout ingegaan. Stalman nodigde hoogleraar neuropsychologie Erik Scherder dan ook uit samen een dansje te maken als symbool van hun samenwerking (foto). Scherder, die het congres voorzat, werkt namelijk als een van de weinige wtenschappers samen met de Bijlmer Bajes.

Jeugdcrimineeltjes

Het is tijd om onze hersens te gaan gebruiken bij toepassing van het strafrecht, zeker bij jongeren, bepleitte psychiater Theo Doreleijers dan ook. Volgens hem blijkt uit wetenschappelijk onderzoek dat negentig  procent van de jonge veroordeelden te maken heeft met psychische en psychiatrische problemen.  Zo'n tweederde van de jonge crimineeltjes heeft al eerder gedragproblemen vertoond. Volgens Doreleijers hangen die problemen vaak samen met fysieke verschijnselen. Er zijn bijvoorbeeld jongetjes die geen angstgevoelens kennen, en dat kan komen door  een verstoorde hormoonhuishouding. Doreleijers pleit er voor bij jonge crimineeltjes grondig onderzoek te doen naar de oorzaken van het gedrag en daar een gerichte behandeling op toe te passen. Volgens hem is, bijvoorbeeld, aantoonbaar te zien dat een goede traumabehandeling fysiek effect heeft op de ontwikkeling van de hersenen. Dus therapie kan echt helpen het gedrag te veranderen, zeker zolang de hersenen nog volop in ontwikkeling zijn. Daarom wil hij ook dat het volwassenenstrafrecht pas ingaat na het 25 ste jaar, als de hersenen min of meer volgroeid zijn, terwijl staatssecretaris Teeven juist de leeftijd wil verlagen naar 16 jaar.

Psychopaten

Dat de werelden van de gevangenis en de wetenschap nogal gescheiden zijn, is volgens forensisch psycholoog Corine de Ruiter niet zo vreemd. “Toen ik me in 1995 met gedetineerden ging bezighouden, bestond het vak forensische psychologie eigenlijk niet in Nederland,” vertelde ze. Nu heeft zij aan de universiteit van Maastricht een tweejarige masteropleiding forensische psychologie onder haar hoede. In het buitenland  bestond meer aandacht onder psychologen voor het criminele brein.  Zo publiceerde de Amerikaanse psychiater Hervey Cleckley al in 1941overde psychopathische persoonlijkheid en ontwikkelde  hij een schaal om de mate van psychopathie te meten. Deze ‘wolven in schaapskleren’,  zoals De Ruiter ze noemde, vormen ook een Nederland een flink deel van de gevangenispopulatie. Naar haar schatting komt misschien wel 70 procent van de gevallen van herhaalde gewelddelicten voor rekening van psychopaten. Een veel gehoorde opvatting is dat deze ‘monsters’ niet behandelbaar zijn, en voor de rest van hun leven opgesloten moeten blijven. Maar De Ruiter is een rasoptimist. “Ik denk dat ook deze mensen te behandelen zijn en hun gedrag kunnen veranderen.”

Criminogene gevangenissen

Ook het regime in de gevangenissen is op weinig wetenschappelijke inzichten gebaseerd, stelde wetenschapsfilosoof Rein Gerritsen. Hij kan het weten, want vanwege een bankoverval  zat hij ruim twee jaar in de bak voor hij ging studeren. “De gevangenis is een criminogene omgeving, zowel voor de gedetineerden als de bewaarders”, zei hij.  Volgens hem vinden in de Nederlandse gevangenissen, waar jaarlijks zo’n 40 .000mensen verblijven, drieduizend geweldsdelicten per jaar plaats en neemt het aantal zelfmoorden toe. Maar ook de behandeling na vrijlating in de samenleving verhoogt de kans op recidive volgens Gerritsen. “Hoewel ik gratie heb gekregen omdat ik mijn misdrijf als gevolg van psychische problemen pleegde, sta ik bij de politie nog steeds te boek als vuurwapengevaarlijk. Dus als ik door rood licht rijd, word ik door agenten aangehouden met een getrokken pistool op me gericht. Dat je als ex-gedetineerde levenslang als crimineel wordt behandeld, vergroot het wantrouwen in de samenleving enorm.” Gerritsen meende ook een verklaring te hebben voor het verschil in recidive tussen Nederland en Finland. “Daar heeft het gevangenispersoneel minsten een hbo-opleiding en vaak zelfs een academische. Hier hebben ze, zeker de echte bewakers, zeg maar de mobiele eenheid van de gevangenis, vaak met moeite een vmbo-opleiding gevolgd.”

 

 

Dirk de Hoog
BEELD: Studio VU/Yvonne Compier
hits 2626

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties