26 mei 2016

Wie zijn de President’s Whisperers? (1)

Inmiddels is duidelijk tussen welke twee presidentskandidaten de Amerikaanse bevolking moet kiezen in november. Een keuze met grote gevolgen, meer dan in veel eerdere presidentsverkiezingen. Niet alleen de voor Amerikanen zelf, maar ook – gezien de macht en invloed van de VS – voor de rest van de wereld. Welk buitenlands beleid zal de nieuwe bewoner van het Witte Huis voeren als zij of hij verkozen is? Volgens deskundigen kunnen de verschillen niet groter zijn. Terwijl Hillary Clinton vooral de belichaming is van ‘meer van hetzelfde’ – behalve dat ze de eerste vrouwelijke Amerikaanse president in de geschiedenis zou zijn – lijkt Donald Trump te staan voor een radicale breuk en een nieuwe koers, een imago waaraan hij ook een groot deel van zijn succes dankt. Maar is dat ook zo?

Als we het toekomstige beleid van de presidentskandidaten willen inschatten moeten we niet alleen weten wat hun eigen denkbeelden, belangen en achtergronden zijn, maar ook kijken naar de teams van beleidsadviseurs die de huidige kandidaten om zich heen hebben verzameld en naar de sociale netwerken waar die adviseurs deel vanuit maken. Want de huidige policy whisperers worden de beleidsmakers van de toekomst. Wij doen al jaren onderzoek naar de politieke elitenetwerken van en rondom Amerikaanse presidenten sinds het einde van de Koude Oorlog. En een terugkerend patroon in ons onderzoek is hoezeer en hoe hecht deze netwerken verweven zijn met een zakelijke en bestuurlijke elite. Zo bleek dat van de topbeleidsmakers in de Obama-regering meer dan twee derde vóór hun benoeming leidende functies in het Amerikaanse bedrijfsleven bekleedden. Ze vormden een netwerk van in totaal 126 posities, veelal bij grote mondiaal opererende multinationals, variërend van detailhandelreus Walmart tot de elitebank Goldman Sachs. Bij de buitenlandbeleidteams van George W. Bush en Bill Clinton was dat niet minder het geval. Dat dit vanuit het perspectief van deze elite als niet meer dan vanzelfsprekend gezien wordt, werd ooit treffend verwoord als: ‘Who else would you trust to run the most powerful country in the world’? Veel van deze toppolitici keren door de zogeheten ‘draaideur’ overigens ook weer terug naar de zakenwereld zodra hun regeringstermijn erop zit en vice versa. Daarnaast zijn de meesten van hen verbonden met een netwerk van establishment-denktanks, die op hun beurt ook weer gesponsord en bestuurd worden door datzelfde bedrijfsleven.

De bijna ondoordringbare toplaag maakt Amerikaanse politici welhaast onaantastbaar

Deze elitenetwerken waarin de ministers, onderministers, presidentiele adviseurs en andere leden van de regering ingebed zijn, kleuren hun denkbeelden, ideeën en belangen en daarmee ook het beleid dat ze maken (Van Apeldoorn & De Graaff 2016). En hoewel er binnen deze establishmentnetwerken uiteraard belangrijke verschillen van inzicht en belangen zijn, vormen zij tezamen een bijna ondoordringbare toplaag waarbinnen Amerikaanse politici welhaast onaantastbaar zijn en zelden tot nooit individueel verantwoording hoeven af te leggen voor het beleid dat zij voorstaan. Of zoals commentator en gerespecteerd Harvard-hoogleraar internationale betrekkingen, Stephen Walt, het treffend uiteenzet in een scherp artikel in Foreign Policy: “Like Wall Street, it is also an establishment that rarely holds its members accountable. If you’re a respected member of the foreign-policy elite, you can plead guilty of lying to Congress, receive a pardon, get rehired by another president, screw up again, and then land a nice sinecure at a prominent think tank” (Walt, 2016). Het is dan ook precies zijn aanval op dit establishment dat Trump zo aantrekkelijk maakt in de ogen van veel kiezers en zo bedreigend voor die establishment-elite zelf. Als veelzeggende uiting van dat laatste tekenden een groep van 120 buitenlandsbeleid experts en voormalig beleidsmakers uit de Republikeinse partijtop onlangs een open brief tegen Trumps kandidatuur en zijn ideeën over buitenlands beleid.

Als we kijken naar de teams van fluisteraars van Trump en Clinton lijken de verschillen tussen Mr. Outsider en Mrs. Über-Establishment inderdaad erg groot. Daar waar Hillary een enorm team van topestablishmentadviseurs om zich heen heeft vergaard, met daaronder een batterij aan adviserende werkgroepen waar honderden adviseurs zich buigen over alle denkbare issues en regio’s die met buitenlandsbeleid te maken kunnen hebben, van mensenrechten tot cyber terrorisme en van Azië tot Europa, kenmerkt Trump zich door zijn keuze voor relatieve buitenstaanders en randfiguren waarover de experts zich flink achter de oren krabden toen hij ze presenteerde. Maar hoewel Trump zich erop voorstaat juist niet de usual suspects in te huren, omdat er ‘nieuwe mensen’ nodig zijn voor een ‘nieuwe’ koers in de Amerikaanse politiek – zoals hij onlangs benadrukte in zijn eerste veelbesproken ‘America First’ buitenlandbeleidspeech – is het nog maar de vraag hoe nieuw de ideeën en belangen van deze mensen zijn.

In de komende blogs gaan we daarom een kijkje nemen achter de schermen en de teams van fluisteraars die Trump en Clinton om zich heen verzameld hebben onder de loep nemen. Eens zien welke lessen we daaruit kunnen trekken voor een te verwachten buitenlands beleid van de nieuwe Amerikaanse president. Te beginnen met The Donald…

hits 2

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.