18 december 2018

Ook familie

Omdat de ene helft van mijn familie in Indonesië woont en de andere helft geen kinderen heeft, is mijn familie erg klein. Door recente gebeurtenissen binnen onze familie zijn er dit jaar zelfs nog twee personen minder bij dan vorig jaar. Sindsdien is de grootste zorg van mijn oma het kerstdiner. “Nu zijn we nog maar met z’n vijven”, zucht ze elke keer dat ik haar spreek. “Hoe moet dat nou?” Toen ze bij mij op visite was en ik een opmerking maakte over de kleine eettafel in mijn kamer, zei ze verdrietig: “We kunnen net zo goed kerst bij jou vieren, we zijn toch maar met vijf.” Arme oma, dacht ik.  

Met een vriendin die single is, bespreek ik op een feestje het fenomeen kerstdiner. Ze vraagt wat ik met kerst ga doen. Ik zeg dat ik dat nog niet precies weet. “Eten met mijn familie”, zeg ik, “maar meer plannen heb ik niet echt.”
“Is dit je eerste kerstdiner zonder relatie?” vraagt de vriendin.
“Zo’n beetje”, zeg ik.
“Succes”, zegt ze.
“En jij?” vraag ik, “wat ga jij doen met kerst?”
Ze zucht. Ze vertelt dat ze ieder jaar voor een kerstdiner wordt uitgenodigd door de vrienden van haar opleiding. Na vijf jaar is ze er wel aan gewend dat ze de enige is die geen +1 meeneemt, maar de relaties om haar heen worden steeds serieuzer. “Ik vind het niet erg dat ik geen relatie heb”, zegt ze, “en ik ben gek op mijn vrienden, maar toch…” Ze denkt even na. “Het gaat nu steeds vaker over dingen waar ik niet over mee kan praten. Verbouwingen, trouwjurken, kinderen. Ze bedoelen me niet buiten te sluiten, maar het gebeurt gewoon. Alsof ze een andere taal spreken. De stelletjes. Het ergst vind ik het einde van de avond. Wanneer iedereen moe en warm is, aangeschoten en vol van het eten. Dan zakken de stelletjes tegen elkaar aan en blijf ik over, ga ik alleen naar huis.”

“Wacht”, zeg ik, “stop!” In mijn hoofd is alles opeens heel helder. Ik vertel haar de zorgen van mijn oma. “Wat nou”, zeg ik, “als ik met jou mee ga naar jouw diner en jij met mij naar mijn diner?”
“Is dat niet een beetje raar?” vraagt ze, “Je familie kent me helemaal niet.”
“Nee joh”, zeg ik, “als ik nu een vriendje had dat ze niet zouden kennen, zou ik hem ook meenemen. Waarom mijn beste vrienden dan niet?”
“Dat is de stelletjescultuur”, glimlacht mijn vriendin.
“Uiteindelijk gaat het er bij een kerstdiner toch om dat je het naar je zin hebt?” vraag ik. “En bovendien: ik beschouw mijn vrienden ook als familie.”
De vriendin denkt even na, lacht dan. “Ja, waarom ook niet?” zegt ze.

Een week later zit ik bij haar studievrienden aan tafel. Wanneer zij over verbouwingen en trouwjurken praten, hebben wij het over de nieuwste roman van Sally Rooney en de podcast van Esther Perel. Als de stelletjes aan het einde van de avond tegen elkaar aan zakken, vol, voldaan, vermoeid, trekken wij onze schoenen en jassen aan en maken een grote uitbuikwandeling naar het station. “Bedankt voor het komen”, zegt de vriendin, ze omhelst me, “ik vond het heel leuk.”
“Ik ook”, zeg ik. “Tot bij mij volgende week.”  

In de trein naar huis bel ik mijn oma en zeg dat een vriendin bij ons kerst komt vieren, dat we dus niet met vijf zullen zijn dit jaar, maar met zes. “O, geweldig”, roept mijn oma uit. “Maar”, vervolgt ze ernstig, “dan passen we niet allemaal aan jouw kleine eettafel.”

hits 147

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.