07 november 2018

Eenzaamheidsrobot

Met een vriend die artificial intelligence studeert, zat ik op café in West. Hij vertelde dat hij bezig was met een project waarmee hij de zorg efficiënter kon maken, hoe hij door middel van data de rol van de huisarts kon inperken. Hij fantaseerde over een huisartsenpraktijk waar patiënten niet meer op de huisarts hoefden te wachten, maar gewoon vanuit huis hun eigen diagnose konden stellen. “Stel je eens voor”, zei hij, “hoeveel meer mensen er geholpen kunnen worden.”
Ik vroeg: “Maar heeft de huisarts niet ook een sociale functie?”
“Wat bedoel je?” vroeg hij.
“Ik bedoel”, zei ik, “dat de huisarts voor sommige mensen misschien meer is dan alleen iemand die een diagnose stelt. Een diagnosesteller kun je makkelijk vervangen door data. Maar zeker in dorpen en onder oudere generaties heeft de huisarts een veel bredere functie. De huisarts is ook iemand die troost. Die vraagt hoe het nu met je moeder is. Die iets kan doen aan eenzaamheid.”
De vriend zei: “Daar nemen we dan allemaal een eenzaamheidsrobot voor.”
“Hebben jullie het nooit over de sociale gevolgen van wat je met je opgedane kennis kunt gaan doen?” vroeg ik.
Hij dacht even na. “Nee, eigenlijk niet”, zei hij.
“Geinig”, zei ik, en liep naar de bar om nog een biertje te halen.

Een dag later was ik op een festival waar ik in gesprek raakte met iemand die het nut van geesteswetenschappen niet zag. (Ik probeerde hem nog uit te leggen dat ik op zich een sociale wetenschap studeer, maar daar ging het nu even niet over, vond hij). Humanities, zei hij, zijn inefficiënt en onnodig. “Ik begrijp gewoon niet”, zei hij, “waarom jullie je niet meer op tech richten.”
“Op wat?” vroeg ik.
“Kijk”, zei hij, hij nam een trekje van zijn sigaret, “tech is wat de maatschappij bepaalt. De humanities hebben dat te volgen, anders worden jullie binnenkort echt totaal irrelevant. Waar ga je anders ooit een baan vinden?”
“Bepaalt de maatschappij niet nog altijd de tech?” vroeg ik.
Hij glimlachte. “Dat vind ik nou echt iets voor een geesteswetenschapper om te zeggen”, zei hij.

'Als de humanities de tech niet volgen, worden ze binnenkort echt totaal irrelevant'

Op de pont naar huis dacht ik na over de gesprekken die ik de afgelopen dagen over data en tech voerde. Bij sociologie heb ik bijna elke periode een vak over wetenschapsethiek of filosofie. Ik doe niet anders dan rekening houden met de sociale gevolgen van zo’n beetje alles wat er in de wereld kan gebeuren. Maar de jongen op het festival had ook een punt. De maatschappij verandert, en ik vraag me ook soms af of het zin heeft om in dat veranderende landschap Marx, Foucault en Weber te bestuderen en niets te leren over de sociale gevolgen van de technologisering en automatisering. En eerlijk is eerlijk: het gaat bij ons in het college inderdaad vaak over hoe we na de universiteit een baan kunnen vinden.
Mijn telefoon ging. De vriend met wie ik in West in een café had gezeten, belde. Hij had er nog eens over nagedacht, zei hij.
“Waarover?” vroeg ik.
“Ethiek”, antwoordde hij. “En eenzaamheid en banen die verdwijnen, huisartsen die troosten. Kijk”, zei hij, “het is niet erg mijn expertise. Maar het is wel jouw expertise. Dus ik dacht: kunnen we het niet samen doen? Ik de tech en efficiëntie. Jij de sociale gevolgen ervan.”

Toen ik ophing, dacht ik: samenwerken. Dat is natuurlijk het antwoord. En dat vond ik nou echt iets voor een sociale wetenschapper om te zeggen.

hits 34

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.