U betaalt, wij publiceren

01 oktober 2015

U betaalt, wij publiceren

Er zijn columnisten die met hun schrijfsels in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Dat geldt niet voor de columnisten van Advalvas, die krijgen niets voor hun werk. Behalve natuurlijk de eer en een podium om hun mening te verkondigen. Begrijp me goed, dat is voor mij voldoende. Het kan namelijk nog veel erger: sommige mensen betalen om hun ideeën aan het publiek te laten lezen. Kranten zijn hier voorzichtig mee, want als de journalistieke onafhankelijkheid in het gedrang komt, worden lezers achterdochtig en haken ze af. Slecht idee dus om voor publicaties te laten betalen: het komt de geloofwaardigheid van een blad niet ten goede. 

Vreemd dan dat regering en universiteiten, de VU voorop, om het hardst roepen dat we naar een systeem van wetenschappelijke open access moeten, waarbij betaald publiceren centraal staat. Het gaat hier om artikelen waarvan de publicatiekosten voor rekening van de auteur komen, maar die vervolgens gratis te lezen zijn voor iedereen. Dat laatste is goed; punt is echter dat het bedrag dat wordt betaald om te publiceren vaak vele malen hoger is dan de publicatiekosten. Het meerdere wordt door de uitgever opgestreken als winst.

Over de perverse bijeffecten van betaald publiceren
is een serieuze discussie nodig

Let wel, we hebben het hier niet over een paar obscure neptijdschriften die geld uit de zakken van argeloze wetenschappertjes willen kloppen. Nee, dit is big business voor de uitgeverijen van Science, Nature en PLoS, die hiermee tientallen miljoenen dollars per jaar verdienen. Manuscripten die zijn afgewezen bij traditionele toptijdschriften worden doorverwezen naar open access-uitgaven die minder strenge criteria voor het accepteren van artikelen hanteren, maar daar wel geld voor vragen. Hoe meer artikelen tegen betaling worden gepubliceerd, des te hoger de winst voor de uitgevers. 'U betaalt, wij publiceren' - hoe zou dat de geloofwaardigheid van het gepubliceerde wetenschappelijke werk beïnvloeden?

De publicatiediarree van open access-artikelen is de afgelopen jaren aangezwollen tot tienduizenden per jaar, grofweg zo’n honderdvoud van de traditionele publicaties. Over de perverse bijeffecten van betaald publiceren is een serieuze discussie nodig, anders zou de wetenschap uiteindelijk weleens het kind van de rekening kunnen worden. Deze onbetaalde open access-publicatie lijkt mij een mooie plek om daarvoor uw aandacht te vragen.

hits 1177

{ Lees de 2 reacties }

Beste professor Ellers, u schetst enkele herkenbare zorgpunten in de wereld van academisch publiceren: hoge winsten voor uitgevers, druk op de kwaliteit van wetenschappelijke publicaties en de informatie explosie. De conclusie dat dit veroorzaakt wordt vanwege het betalen om in open access te publiceren is een dermate sterke simplificering van de werkelijkheid dat het eerder de door u terecht gewenste discussie belemmert dan bevordert. Hoge winsten van uitgevers, met als uitschieter Elsevier (bijna 40% op jaarbasis), zijn ontstaan door hoge abonnementsprijzen in een monopolistische markt. Gerenommeerde tijdschriften blijken zich de afgelopen jaren met enige regelmaat verslikt te hebben in hun reviewproces met ‘bulk’ terugtrekkingen tot gevolg, zie bijvoorbeeld de berichten over Springer deze zomer toen de uitgever 64 artikelen met gefraudeerde reviews moest terugtrekken. De informatie explosie is voor het grootste deel te wijten (of juist danken) aan de kennisgolf uit landen als China en India.
Nieuwe publicatiemethoden die ontstaan door open access kunnen een deel van de oplossing zijn. Het omdraaien van het kostenmodel ('pay to say' ipv 'pay to view') bevordert het streven om kennis te verspreiden, een belangrijk onderdeel van het wetenschappelijk proces. Dat dit niet hoeft te leiden tot hoge kosten en druk op de kwaliteit laat bijvoorbeeld PeerJ zien dat geringe publicatiekosten koppelt aan het stimuleren van een open reviewproces. PeerJ Computer Science, dat recent is gelanceerd kent enkele gerenommeerde VU wetenschappers in haar Editorial Board.
In de praktijk blijken open access publicatiekosten inderdaad vaak hoog te zijn. Belangrijkste oorzaken zijn de macht van de uitgevers en onvoldoende slagkracht van de universitaire wereld om veranderingen in gang te zetten. De VU werkt hard aan het stimuleren van open access en het herstellen van de balans tussen wetenschappelijke wereld en uitgevers. De VU neemt hiermee haar maatschappelijke verantwoording. Een eenzijdige focus op een discussie over het betaalmodel, speelt slechts de commerciële uitgevers in de kaart die belang hebben bij een status quo. De door u gewenste serieuze discussie zou moeten gaan over de wijze waarop de academische wereld brede en snelle toegang tot wetenschappelijke kennis kan koppelen aan een model waarin terugdringen van kosten en borging van kwaliteit zijn verankerd. Ik hoop dat hoogleraren zoals u daarin het voortouw willen nemen.

Beste heer Schalken,
Bedankt voor de aanzet tot discussie over het Pay-to-publish (P2P) betaalmodel; dit is hard nodig. Maar laten we wel bij de feiten blijven, ik heb deze hieronder op een rijtje gezet. En die laten duidelijk zien dat P2P geen oplossing kan zijn voor de problemen met het huidige publicatiestelsel.

“Hoge winsten van uitgevers, met als uitschieter Elsevier (bijna 40% op jaarbasis), zijn ontstaan door hoge abonnementsprijzen in een monopolistische markt.”
Klopt, maar in het P2P-systeem lopen de winsten op tot 75%. Een typische publicatiefee van 1300 euro (nog 1 van de lagere fees) geeft al een winstmarge van 50-60% voor de uitgever. Als zodanig is Open acces door P2P dus een verslechtering van de situatie.

“De informatie explosie is voor het grootste deel te wijten (of juist danken) aan de kennisgolf uit landen als China en India.”
Ik ben benieuwd naar de heer Schalken's feitelijke onderbouwing van dit statement. De cijfers voor Plos ONE, (één van de grootste P2P tijdschriften, 31.000 artikelen per jaar) laten zien dat de “nieuwe landen” als China, India en Brazilie slechts verantwoordelijk voor resp. 19%, 2,3% en 2,5% (cijfer 2013). Blijven er dus nog grofweg zo’n 22.000 artikelen over uit de Westerse landen. Nog steeds een enorme toename tov de reguliere 200-300 artikelen die een traditioneel tijdschrift per jaar publiceert....

“PeerJ is een voorbeeld van hoe de kosten beperkt kunnen blijven en de kwaliteit gehandhaafd”
PeerJ is geen P2P systeem, maar heeft een soort van levenslange vooruitbetaling, waarbij de beslissing om een artikel te accepteren en publiceren losgekoppeld is van de betaling van de publicatie. Dit is cruciaal om de perverse effecten van P2P te voorkomen want de inkomsten zijn nu losgekoppeld van de hoeveelheid publicaties en daarmee is de druk om veel artikelen maar te publiceren weggenomen. Jammer genoeg is PeerJ nog erg kleinschalig en is het de vraag hoe het systeem zich houdt bij opschaling

Kortom, ik waardeer de ideële instelling van de heer Schalken, maar het is naïef om de centrale rol van de financiën te ontkennen bij het inrichten van een nieuw publicatiemodel. Niet alleen omdat de uitgevers commerciële belangen hebben, maar ook omdat de universiteiten zelf steeds meer een marktmodel aanhangen met krappe budgetten en een afrekencultuur waarin onderzoeksgroepen hun eigen broek moeten ophouden. Daarom houdt maatschappelijke verantwoording bij het ontwerpen van een Open access model ook verantwoording in voor een goede besteding van publieke middelen.

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties