Promotiefabriek

12 december 2014

Promotiefabriek

‘De promotiefabriek heeft haar langste tijd gehad’, kopte de Volkskrant. In het kader van de Wetenschapsvisie 2025 gaat het kabinet de vergoeding voor promoties verlagen. Ik schrok want ik ben zelf een typische exponent van de “promotiefabriek”. Vorige week heb ik mijn 61ste jonge doctor afgeleverd, en echt niet omdat er een bonus op staat, maar gewoon omdat het promoveren een ijzersterke formule is.

Het promotietraject werkt zo goed omdat het aan alle kanten voordelen heeft. Je werkt met je promovendus aan een project met een beperkte looptijd. Er zit een voorzienbaar eind aan, waardoor je gestimuleerd wordt om alles eruit te halen. Aan het eind heb je concrete producten: een serie publicaties en een boekje. De verdediging met alle poespas erom heen is een memorabel moment voor de promovendus en zijn familie. En de maatschappij krijgt meer hoger opgeleiden. Wat is er mis dit systeem?

Wat is er mis met dit promotietraject?

Het kabinet wil bezuinigen op wat “bonus” genoemd wordt, maar het is helemaal geen bonus in de zin van iets extra’s. Het is gewoon een onderdeel van de eerste geldstroom, een schamele vergoeding voor de tijd die de universitaire staf steekt in het begeleiden van promovendi. Het afromen van de promotievergoeding zal problemen geven in de eerste geldstroom, zeker omdat men het geld wil herverdelen over maatschappelijk relevante thema’s. Je hoeft maar te kijken naar het drama van het topsectorenbeleid om te zien hoe waardeloos dit idee is.

In de Wetenschapsvisie 2025 wordt ook gesteld dat de aanvraagdruk in de tweede geldstroom verlaagd moet worden. Men wil dat doen door voorstellen in te dienen op thema’s in de nog op te stellen Nationale Wetenschapsagenda. Maar dit is strijdig met het tegelijkertijd uitgesproken streven naar kwaliteit. Een hoge kwaliteit is gebaat bij een hoge aanvraagdruk. NWO bereikt de hoogste kwaliteit in het open competitieprogramma, niet in de thematische programma’s. Zo rammelt het verhaal aan alle kanten.

Kijkend naar mijn promoties ben ik echt niet van plan om me door de kletspraatjes van Sander Dekker en zijn ambtenaren van de wijs te laten brengen. Ik doe er nog een schepje bovenop in de komende jaren. Ik ben trots op mijn fabriek. 

hits 22393

{ Lees de 1 reactie }

Dit betoog is wel heel erg vanuit de eigen situatie geschreven, zonder enige consideratie over waarom anderen er een andere mening op na zouden kunnen houden. Aan het eind wordt de deur naar overleg met andersdenkenden helemaal dicht gegooid. Dat is spijtig, want dan is er geen ruimte meer voor het debat.
Ik heb zelf geen jus promovendi, maar ben wel twee keer gepromoveerd; de tweede keer 14 jaar na de eerste. Ik ben dus ook een redelijke ervaringsdeskundige, maar dan van de andere zijde van het promotietraject. Bovendien hebben beide trajecten zich onder geheel andere omstandigheden voltrokken.
Het eerste traject begon officieel in 1979, hoewel ik in mijn doctoraalscriptie al een voorzet gedaan had. Ik kon daags na mijn afstuderen als doctoraalassistent (zoiets als de huidige AIO) beginnen, voor een periode van maximaal 3 jaar. Dat is kort voor een letterenonderzoek, maar ik kon in 1982 voor 2 jaar Nederlands doceren in Beijing en aangezien ik de geschiedenis van de Chinese grammatikastudie bestudeerde leek dat een mooie win-win situatie. Omdat ik mijn baan daar serieus nam, bleef er toch minder tijd voor onderzoek over. Niet getreurd; ik ging na terugkeer in Nederland het bedrijfsleven in. Ik promoveerde in Leiden in april 1986.
Nadat ik het bedrijf alweer vaarwel gezegd had en als zelfstandig consultant door het leven ging, wilde ik mijn in de praktijk opgedane kennis en ervaring omzetten in een tweede promotie in de Bedrijfskunde. Ik vond een potentiële promotor in Rotterdam eind 1995. Uiteindelijk promoveerde ik in november 2000 in Rotterdam en een jaar later kwam ik in deeltijd bij VU-FEWEB.
Geen van beide promotietrajecten, zeker niet het tweede, past in het ‘moderne’ promoveren zoals dat tegenwoordig in praktijk gebracht wordt. In dat opzicht beschrijft Nico het proces perfect: het is in feite een derde fase van de WO-opleiding, na bachelor en master komt de promotie; gewoon nog een paar jaar extra ‘school’, compleet met min of meer verplichte vakken.
Ik ben al een tijdje bezig een externe promovendus in spe klaar te stomen, maar het valt niet mee. En hij is geen op zichzelf staand geval. Met het moderne promoveren is het voor iemand in de praktijk bijna niet meer mogelijk naast een baan een promotietraject te volgen.
Voor mijn tweede promotie ben ik slechts twee keer fysiek bij Erasmus geweest. De eerste keer was een kennismaking met de promotor en de tweede keer de promotie zelf. Alle andere contacten met de promotor vonden bij hem thuis plaats en tijdens onderzoeksreizen die wij samen, als consultants voor derden, maakten. Dat was een geweldig proces waarin wij de verschillen tussen onze meervoudige relaties (promotor – promovendus [asymmetrisch met de promotor als meerdere], medeconsultants [symmetrisch], Chinakenner – in China geïnteresseerde [asymmetrisch met de Chinakenner als meerdere) maximaal konden benutten. Daar kwam geen ‘methodologiecursus’, training in het opzetten van onderzoek, of wat tegenwoordig allemaal nog meer voorgeschreven wordt, aan te pas. Ook heb ik in die periode nog niet gepubliceerd. En al die tijd werkte ik ook gewoon aan de opdrachten van mijn klanten, wat tegelijkertijd ook momenten waren om tijdens mijn onderzoek opgezette modellen in de praktijk te testen.
De schrijver stelt dat de maatschappij door de huidige promotiepraktijk er veel hoger opgeleiden bij krijgt. Ik stel daartegenover dat veel mogelijke promotietrajecten in de maatschappij onbenut blijven, omdat promoveren nu vrijwel alleen nog mogelijk is voor pas afgestudeerden die meteen aan de promotie beginnen zonder of met zeer weinig praktijkervaring. In mijn huidige vakgebied betekent dat dus een hele batterij jonge AIO’s (‘jonge doctor’) die bedrijfskundig onderzoek doen zonder ook bij een onderneming gewerkt te hebben. Aan de andere kant zij er alleen al in de regio Amsterdam ongetwijfeld honderden bedrijfskundigen met X jaren praktijkervaring en serieuze interesse in promoveren die tegen de hoge drempel van de universiteit aanlopen.
De promotiefabriek hoeft van mij overigens niet haar poorten te sluiten. We moeten wel die muur rond het bedrijfsterrein slechten.

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties