Mijn kleine universiteit

16 augustus 2017

Mijn kleine universiteit

Ik verlaat de metro en sla rechtsaf. Veel forenzen nemen dezelfde route als ik, een wandeling door de straat die in een rechte lijn uitkomt op een van de treinstations van Buenos Aires. Het is nog maar vroeg in de morgen, half acht, en zelfs nu al is het druk op straat. Ik passeer diverse straatverkopers, bij wie ik zakdoekjes, fracturas (broodjes), koffie en andere producten kan kopen. Ze zijn er al vroeg bij. Ik neem de trein richting Tigre, het noorden van Buenos Aires, waarbij het drukke stadsleven verruild wordt voor een rustige groene omgeving. Hoewel ik tegen de stroom in reis, veel mensen wonen in het rustgevende noorden en werken in het bruisende centrum, kan ik zelfs op dit tijdstip niet zitten. Ik kijk uit het raam en in de dertig minuten durende reis naar de universiteit is langzaam de overgang tussen de twee werelden zichtbaar. De flats veranderen geleidelijk in rijtjeshuizen en tegen de tijd dat ik arriveer op het station zijn het grote luxehuizen geworden met groene tuinen. Ik stap uit en neem een teug lucht. Die voelt hier ook anders, schoner vooral. Helaas is het vanuit het station nog twintig minuten lopen naar de universiteit en samen met een studiegenoot loop ik de hele weg uit. In tegenstelling tot het centrum is er op dit tijdstip bijna niemand te bekennen, alleen de stroom studenten is zichtbaar.

De traditie is om één slok mate te nemen en de yerba dan vervolgens door te geven

Het is best gek voor te stellen dat hier onze universiteit is. De campus is ruim opgezet en bestaat uit zes moderne gebouwen die niet meer dan twee verdiepingen hebben. Rondom is het omgeven door veel gras en bomen. Het doet me eigenlijk meer denken aan een bungalowpark dan aan een universiteit. In alle opzichten is het anders dan de VU, die hoge, wat gedateerde gebouwen op de bruisende Zuidas. 

Hier in Buenos Aires maken ze onderscheid tussen de Universiteit van Buenos Aires, een publieke universiteit die gratis toegankelijk is voor iedereen, en een groot aantal privé-universiteiten waarvan San Andrés de duurste is. Het is een kleinschalige universiteit met ongeveer 2.000 studenten tegenover 23.000 op de VU.

Best even wennen de eerste week. In de grootste collegezalen kunnen maximaal zestig mensen zitten, en vaak wordt een vak door niet meer dan dertig studenten gevolgd. Joaquin, de exchange-coördinator, vertelde ons de eerste dag dat het heel normaal is om de professor aan te spreken in de gangen met: “Hé Juan, hoe gaat het?” En het is ook gebruikelijk om studenten tijdens het college een slok van je mate aan te bieden. Mate is de nationale drank, een soort kruidenthee die veel cafeïne bevat. Veel studenten nemen een thermoskan met heet water mee en een potje mate-kruiden en maken mate tijdens de colleges. Je drinkt het vanuit een yerba, dat is een kalabasvormig potje met een soort ijzeren rietje, de bombilla. De traditie is om één slok te nemen en hem dan vervolgens door te geven. Dit wordt dan ook uitgebreid gedaan tijdens de colleges. Iets wat in Nederland toch best wel een beetje raar is.

Aan het eind van de dag neem ik de zelfde route terug. De groene stroken maken al snel plaats voor de vele auto’s. De stilte maakt weer plaats voor het rumoer van de stad. Ik loop terug naar de metro en kom dezelfde straatverkoper tegen. Het lijkt alsof er niks veranderd is, maar voor mij voelt het alsof ik een wereldreis heb afgelegd.

hits 1194

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties