Met je ISIS-ogen!

23 maart 2016

Met je ISIS-ogen!

Het is vijf uur ’s ochtends, ik sta op een technofeest in Nijmegen, for god’s sake. Ik ben in mijn geboortestad voor de verjaardag van een jeugdvriend, maar mijn vrienden zijn inmiddels nergens te bekennen. Ik besluit, unilateraal, huiswaarts te keren. Vanavond slaap ik bij mijn ouders. Verschrikkelijk. Zo oud en dan nog je ouderlijk huis moeten binnensluipen.

Ik pak mijn jas, knik naar de portier, geef hem geen fooi - als afrekening voor jaren van weigeringen bij discotheken - en loop naar buiten. De doem-tss-doem-tss maakt plaats voor stilte. Het decor is bezaaid met zachte sneeuw. Ik kijk om me heen, hoe kom ik thuis? Ik zie verderop twee vrouwen synchroon koukleumen en besluit hun advies in te winnen.

“Ja hoezo. Wat moet je dan?” zegt de kale, agressief

Ik krijg een hartelijk en tegelijkertijd ongemakkelijk onthaal, geen idee of het komt doordat de vrouwen in Heumen werken, bij de opvang van vluchtelingen. We keuvelen en sjansen wat, dan verschijnt er in mijn ooghoek een grote, witte man, met een glimmend kaal hoofd en een sportschoollichaam. De man loopt zelfvoldaan de deur van de discotheek uit, alsof hij net drie draken heeft verslagen om de uitgang te bereiken. Het is ijskoud, ik heb mijn zwarte jas met donsveertjes aan en huppel van het ene op het andere been om mezelf warm te houden. De kale man is volkomen jasloos. Ik verheug me op zijn komst. Hier komt een goed verhaal aan, denk ik.

“Pas je wel goed op jezelf”, zeg ik.

“Ja hoezo. Wat moet je dan?” zegt de kale, agressief.

“Niks”, antwoord ik.

“Ja, wat niks.”

“Ja gewoon niks.”

“Ja, wat nou!”

“Ja niks. In het bijzonder. Ik maak me een beetje zorgen om je”, zeg ik.

De kale kijkt me aan en verroert zich niet. Ik doe hetzelfde en knijp mijn ogen samen. Het wordt best spannend. De dames zijn stil. Het sneeuwt zachtjes.

“Wat zit je nou te kijken! Met je ISIS-ogen!” onderbreekt de kale de stilte.

Ik probeer boos te blijven, maar het lukt me nauwelijks. Ik bijt op mijn onderlip om niet in lachen uit te barsten, shit, wat een goede vondst.

De vrouwen roeren zich: “Hé, doe even normaal man, wil je alsjeblieft je racistische praat voor je houden. Waar slaat dat nou op?”

De kale raakt geïsoleerd, in eigen land. De vluchtelingen-opvangvrouwen becommentariëren ons gesprek met dramatische ademhalingen en blazen mini-wolkjes uit.

“O, o, dus ik zal wel een racist zijn. Ja, ik stem op de PVV, dat klopt! Maakt me dat een racist?”

“Je hebt er wel het hoofd voor”, zeg ik smalend.

“Hou op!” bijten de vrouwen mij nu toe. Jammer, ik ben hun solidariteit kwijt.

Er komt een taxi aanrijden. De dames lopen weg op hun hakken, moeiteloos in evenwicht blijvend. De kale en ik kijken ze na, we staan zowat naast elkaar. De uitlaat van de taxi heeft het ook koud en trilt, brrrt brrrt doet-ie, terwijl de vrouwen in het donker verdwijnen.

Ik sta op een totaal verlaten parkeerplaats, zondagochtend iets na vijven, in Nijmegen, met een kale, agressieve PVV’er. Er is niemand in de wijde omtrek te zien. 

“Nou, daar staan we dan”, zeg ik.

Het blijft stil. De PVV’er draait zich langzaam om en kijkt me aan.

Dan legt hij zijn arm over mijn schouder. We staan gebroederlijk naast elkaar, ik doe mijn arm maar ietwat onhandig om zijn middel. Geen idee waarom, geen idee wat er überhaupt gebeurt.

“Die dames, die snappen natuurlijk niet”, zegt de PVV’er, “dat het mij niet om jou gaat, maar om die vluchtelingen. Jou mag ik wel, jij bent gewoon een van ons.”

Hij port me, amicaal.

hits 866

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties