Het mag niet

22 augustus 2017

Het mag niet

Toen wij klein waren, werden we altijd opgevoed met het idee dat bijna alles wat voor genot en plezier stond, verboden was. Niet zozeer door God, maar door de ouders en ‘de rest’. De rest stond eigenlijk symbool voor alles wat ouder was dan wijzelf en wat de grote mensenwereld representeerde. Afstandsbedieningen mochten nooit uit hun plastic omhulsel worden gehaald. Nieuwe kleding droeg je alleen als er visite kwam of als er een speciale gelegenheid was. Naar buiten gaan met vrienden mocht niet zomaar. Alvorens dit zou plaatsvinden, moesten we eerst een waslijst aan vragen beantwoorden. Met wie ga je? Waar ga je naartoe? Wat ga je daar doen? En het ergste: Waarom ga je? Op die laatste vraag bestond geen correct antwoord. Het weerwoord zou namelijk altijd zijn: Blijf thuis, het hoeft niet.

Hoe onschuldig dit alles ook mag klinken; hoe ouder ik werd, des te meer ik ben gaan beseffen dat dit mechanisme ervoor heeft gezorgd dat ik de wereld om me heen niet begreep tot op late leeftijd. Hoewel mijn ouders er altijd op hebben gehamerd dat integratie voorop stond en dat we ons voorbeeldig moesten gedragen, werkten ze dit zelf tegen met hun traditiegetrouwe regelgeving. Wie nooit langer dan een half uur naar buiten mag en niets anders ziet dan de bladzijdes uit zijn studieboeken zal ook nooit begrijpen hoe de buitenwereld werkt.

Ik leef weer, ik ontdek, ik presteer en rust uit

Ik ben de laatste jaren pas die inhaalspurt gaan maken. Het was pijnlijk om in te zien dat ik mijn omgeving niet kende zoals de rest dat deed. Mijn zus en broertje zijn anders dan ik. Zij vochten zich al vroeg vrij. Ik slik wat meer dan de gemiddelde mens. Zodoende kwam ik pas veel later in verzet tegen het regime van mijn ouders. Even los van het persoonlijke leed, de schaamte en het verdriet waar hun strenge opvoeding in heeft geresulteerd, heeft het me vooral ook veel schade berokkend op professioneel gebied. Ik ben later pas gaan begrijpen dat er meer komt kijken bij een succesvol leven dan negens, achten en een honours programme. Ik begon later pas in te zien dat gezelligheid en genot vooral bestaan uit alles behalve presteren. Zoals de antropoloog zou zeggen: cultureel kapitaal is wat er ontbrak.

Nu alles weer gaat zoals het zou moeten, voel ik me ook veel beter als mens. Ik ken mijn omgeving, ik begrijp de samenleving, ik snap wat studeren is, maar bovenal begrijp ik nu ook hoe het is om even niet na te denken of te presteren. Ik leef weer, ik ontdek, ik presteer en rust uit. Ik weet weer waarom ik besta. Ik geniet weer van alles en ik weet nu ook waarom ik dat voor het overgrote deel van mijn leven niet deed. Het mocht niet van mijn ouders.

hits 686

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties