Docenten, eis academische vrijheid

25 augustus 2015

Docenten, eis academische vrijheid

Met de organisatie van het onderwijs is iets raars aan de hand. In tegenstelling tot de situatie bij het onderzoek is het onderwijs grotendeels ingebed in de bedrijfsvoeringspoot van de universiteit. Het onderwijs lijkt een kwestie van roosters, zalen, tentamens en cijferregistratie, dingen die vergelijkbaar zijn met gebouwonderhoud, computerfaciliteiten en financiën. Die situatie is fundamenteel verschillend van het onderzoek dat een kwestie is van creativiteit, vindingrijkheid, baanbrekende gedachten, dwarse ideeën en zo nog wat meer. Bedrijfsvoerende ondersteuning is nodig om het primaire proces van het onderzoek goed te laten verlopen, maar is niet bepalend. Je moet uren registreren omdat de subsidiegever dat vraagt en achteraf moeten de boeken kloppen, maar de kwaliteit van het onderzoek hangt helemaal niet af van die ondersteuning.

Bij het onderwijs daarentegen voeren de centrale diensten en het onderwijsbureau een groot deel van het primaire proces uit. Die diensten vallen in de universitaire structuur onder de bedrijfsvoering en worden ook centraal aangestuurd.

Je moet de kwaliteit van de ondersteuning
niet verwarren met die van het onderwijs

Onder invloed van het accreditatiespook en de gevoelde noodzaak tot externe verantwoording is deze centrale aansturing de laatste jaren enorm versterkt. Met als doel het rationaliseren en harmoniseren van de dienstverlening. Alles moet op rolletjes lopen. Daar is niks mis mee, maar je moet de kwaliteit van de ondersteuning niet verwarren met die van het onderwijs. Het risico is namelijk dat een groot deel van het onderwijsproces zich gaat afspelen buiten de belevingswereld en de invloedssfeer van de docent.

Dat moet we niet willen. Is het onderwijs niet een zaak van inspiratie, enthousiasmering en emotie? Een zaak van studenten die begeleid, uitgedaagd en gestimuleerd worden door een bevlogen docent die het beste in hen naar boven weet te halen?

Dezelfde academische vrijheid die een onderzoeker gegund wordt – sterker nog, die een onderzoeker zich toeëigent en koestert, en op basis waarvan hij gewaardeerd wordt – moet ook de docent opeisen. Daarom is het belangrijk dat het onderwijs zich organiseert in sterke facultaire eenheden, schools en colleges, vergelijkbaar met de onderzoeksafdelingen, die met de bedrijfsvoering in een ondersteunende rol, de hoofdeigenaar zijn van het primaire onderwijsproces.

hits 1032

{ Lees de 1 reactie }

Beste Nico, eigenlijk ben ik het best eens met jouw analyse. Onderwijs hoort in de handen van de wetenschappelijke professionals te worden gelegd. Het is en blijft namelijk de belangrijkste kerntaak van de universiteit en daar moeten we onze beste mensen voor inzetten. Inderdaad, de bestuurlijke aandacht voor het onderwijs is binnen de VU toegenomen. Daarbij is de leiding van het onderwijs weer in handen gelegd van wetenschappers. Niet voor niets wordt weer van hoogleraren gevraagd om de rol van portefeuillehouder onderwijs in het faculteitsbestuur op zich te nemen, om voorzitter te zijn van de examencommissie of opleidingsdirecteur te worden. Dat heb jezelf van nabij meegemaakt. Kwaliteitszorg heeft jammer genoeg haar bureaucratische kanten, maar ook daar wordt stevig gepoogd de verbeterfunctie, die eigen is aan het handelen van de wetenschappelijke professionals, te versterken.
Ik vind het jammer dat je in je column de gemakkelijkste weg kiest door een gemeenschappelijk vijandbeeld te creëren. Help, de bureaucraten zijn aan de macht! Ook jij weet dat onderwijs niet kan zonder organisatie. Je voorstel om onderwijs in schools te organiseren, lijkt mij prima. Ook daarmee versterk je de positie van het onderwijs ten opzichte van de druk van het onderzoek dat zich over het algemeen beter georganiseerd heeft. Maar ook in die schools zul je behoefte hebben aan ondersteuning; moeten ze roosters maken, voorlichting geven, studieresultaten registreren en diploma’s uitreiken.
Laat ons nu die processen faciliteren, zodat deze voor studenten en docenten op een klantvriendelijke manier worden aangeboden en uitgevoerd. Ieder zijn eigen kunstje, en in goed overleg. Dan maken we samen van de VU weer die universiteit die vooraanstaat op het gebied van onderwijs. Noblesse oblige.

Ad Verkleij, adviseur onderwijsbeleid, dienst Onderwijs en Studentenzaken

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties