Rondetafelgesprek Irth, Slijper & Verbruggen - deel 2

ACHTERGROND

aanvullende informatie bij artikelen in het magazine en op de site

Rondetafelgesprek Irth, Slijper & Verbruggen - deel 2

Bestuurscrisis, reorganisaties, fusies…het zijn woelige tijden. Drie opinieleiders in debat over de staat van de VU.

> Dit is deel 2 van het rondetafelgesprek tussen Boris Slijper, sociologiedocent en Verontruste VU’er, Hubertus Irth, decaan Exacte Wetenschappen, en Harmen Verbruggen, decaan Economische wetenschappen en Bedrijfskunde.
 
> Deel 1 van de discussie, over de gekozen rector, de managersuniversiteit, de gedwongen ontslagen en het VU-imago,
staat in de Advalvas van 12 juni, pag. 20-23.
 

Is marktwerking de oplossing?

Advalvas: “Hoe krijgen de universiteiten meer autonomie?”

Verbruggen: “Dan moeten ze zorgen dat ze op een andere manier hun centen binnenhalen en niet zo afhankelijk blijven van de politiek.”

Slijper: “Het gaat om belastinggeld. Over de juiste besteding daarvan kun je als maatschappelijke organisatie best een bepaalde autonomie claimen. Als je maar kunt verantwoorden dat je het geld goed besteedt.”

Irth: “Geef dat geld en laat ons verder met rust? Zo zit de wereld niet meer in elkaar. Veel mensen aan de universiteiten klagen wel, maar doen uiteindelijk toch wat ze van de politiek moeten. In mijn ogen zijn sommige andere universiteiten daar al verder in gegaan dan de VU. Je kunt niet alleen als VU zeggen niet mee te willen doen. Dan raken we nog verder achterop.”

Advalvas: “Wordt het onderwijs beter van meer marktwerking?”

Verbruggen: “There is no alternative. Waarom moeten alle masters een jaar duren tegen hetzelfde collegegeld? En waarom betaalt iemand die wijsbegeerte gaat studeren hetzelfde als iemand die finance gaat doen? Die laatste verdient later met een beetje geluk 60.000 pond. Dan is het toch raar zo iemand maar 1700 euro collegegeld te laten betalen. Dus geef ons meer vrijheid om de hoogte van de collegegelden en de duur van de studie te bepalen. En om met andere partners samen te werken, ook op het gebied van onderzoek. Naar mijn mening bestaat er nu helemaal geen marktwerking in het hoger onderwijs.”

Slijper: ”Inderdaad. Het zijn vooral marktnabootsing en staatsmonopolisme die leiden tot die managersuniversiteit. Je kunt vinden dat echte liberale marktwerking dan beter is, maar ik ben er geen voorstander van. Dan wordt een universitair diploma gewoon handelswaar. Ik en met mij vele Verontruste VU‘ers zijn tegen het vermarkten van opleidingen door universiteiten. Daar moet academische vorming centraal blijven staan. Als de banken op de Zuidas bepaalde financiële specialisten nodig hebben, beginnen ze zelf maar zo’n beroepsopleiding. En dan mogen ze van mij best tienduizend euro lesgeld vragen.”

Academische vorming of beroepsopleiding

Verbruggen: ”Maar waar ligt de grens tussen academische professionele vorming en een gewone beroepsopleiding? Die grens moeten we wel proberen scherp te houden. Wij bieden dertien postdoctorale opleidingen aan: accountants, controllers, verandermanagers. Dat is allemaal toponderwijs op academisch niveau, en sommige hebben ook een NVAO-accreditatie. Het collegegeld varieert van 3.000 tot wel 22.000 euro per jaar. Daar verdient de faculteit flink geld mee, dat ook ten goede komt aan het reguliere onderwijs en onderzoek.”

Irth: “Bij de bèta’s ligt het wel even anders. Wij zijn vooral op zoek naar toptalent en we proberen talentvolle scholieren over te halen de zogenaamd moeilijke bètavakken te gaan studeren. Dat is ook een van de speerpunten van de nieuwe Amsterdam Faculty of Science: meer talent binnenhalen. Mij persoonlijk zegt die marktwerking helemaal niks. De universiteit met inderdaad niet gaan handelen in diploma’s, dan begeef je je op glad ijs. Het moet gaan om de kwaliteit van de opleiding, en het is best moeilijk om die overeind te houden met alle bezuinigingen. We moeten wél concurreren met landen als China, India.”

Verbruggen: “Maar denk je niet dat het toptalent bereid is extra collegegeld te betalen om bij een heel goede opleiding te komen, zoals in de Verenigde Staten? Ik denk dat marktwerking bij masteropleidingen zeker gaat zorgen voor meer differentiatie en specialisatie.”

Irth: “In Nederland hebben we geen differentiatie in goede en slechte opleidingen. Hoger onderwijs is meer een internationale aangelegenheid dan een Nederlandse.”

Slijper: “Er is inderdaad een groot verschil tussen de bèta’s, sociale wetenschappen en meer beroepsgerichte opleidingen als economie, rechten en geneeskunde. Studies als geschiedenis of antropologie heb

ben veel meer een intrinsieke, vormende waarde dan dat je er later veel geld mee kunt verdienen.” Verbruggen: “Ik denk dat je binnen een universiteit het geld beter kunt verdelen. Als we bij economie veel geld kunnen verdienen, kunnen we een beetje doorschuiven naar de filosofen.”

Slijper: “Dan komen we weer op die perverse prikkels in de financiering en wat ik marktnabootsing noem. Het systeem draait nu toch om zo veel mogelijk studiepunten en diploma’s produceren. Het rendement moet naar 90 procent. Maar het gaat niet meer over de academische kwaliteit van de studie en de afgestudeerde. En als de helft van Nederland een academische titel heeft, is die natuurlijk vanzelf al minder waard.”

Selectie voor de poort

Advalvas: “Moeten we de studenten dan beter selecteren?”

Slijper: “Ja. Ik ben voor het afschaffen van collegegelden en voor hogere toelatingseisen.”

Verbruggen: “Inderdaad. Dat is de enige manier waarop we ons niveau kunnen handhaven. Niet iedereen met een vwo-diploma is geschikt voor een studie aan mijn faculteit.”

Irth: “Ik maak vaak genoeg mee dat studenten het eerste en tweede jaar nog behoorlijk moeten wennen, maar uiteindelijk briljante wetenschappers worden. Motivatie en goede intake vind ik belangrijker dan in algemene zin het aantal studenten te verminderen. Ik denk meer aan bredere bacheloropleidingen waarbinnen studenten zich kunnen specialiseren. Wij hebben ook echt heel moeilijke vakken; wellicht kunnen studenten via zo’n brede bachelor zich daar beter op voorbereiden. En ik ben er natuurlijk wel voor dat studenten op de juiste plek terechtkomen. Dus goede studievoorlichting en doorverwijzing naar andere opleidingen als je niet goed zit.”

Slijper: “Ik vind het wel belangrijk dat de universiteit kleiner wordt. Dat is een voorwaarde voor kwaliteit. Als de politiek bepaalt dat zoveel procent van de jongeren een universitair diploma moet halen, moeten wij maar bedenken hoe we dat kunnen uitvoeren. Maar docenten zijn er niet om zo veel mogelijk studenten door het systeem heen te slepen, maar om goed onderwijs te geven. Ik denk ook dat hoger collegegeld voor een master niet helpt. Zonder inhoudelijke selectie willen veel studenten toch zo’n dure opleiding gaan volgen. Zonder diploma’s ben je tenslotte nergens in deze samenleving.”

Irth: “De universiteit moet wel toegankelijk blijven voor iedereen: ook als je geen rijke ouders hebt moet je kunnen gaan studeren. En hoe moeten we dan inhoudelijk selecteren? Ik ben bang voor het uitsluiten van geschikte studenten door het gebruik van verkeerde criteria.”

Verbruggen:”Selecteren voor de poort maakt het voor kinderen uit sociaaleconomisch achtergebleven groepen niet per definitie lastiger toegelaten te worden.”

Reorganiseren of fuseren

Advalvas: “Verbruggen betreurde eerder in dit gesprek de centralisering van de ondersteuning.”

Verbruggen: “Ja. Ik vind dat de meeste ondersteunende diensten zo dicht mogelijk bij de werkvloer moeten zitten, bij de mensen die onderwijs geven en onderzoek doen. Als ze ergens ver weg zitten, waarom zouden ze dan nog hun best voor je doen? Ze zien de decaan niet meer, krijgen geen complimenten, zijn niet goed geïnformeerd en betrokken.”

Irth: “Aan de VU hebben we nu twaalf faculteiten, van klein tot groot. Dan ben je bijna wel gedwongen de dienstverlening te centraliseren om de kwaliteit en de kosten te garanderen. Een andere mogelijkheid is de faculteiten te clusteren.”

Advalvas: “Dus het bestuur heeft de verkeerde volgorde aangehouden?”

Verbruggen: “Als decanen hadden we het inderdaad liever andersom gezien: eerst faculteiten fuseren. Maar men is begonnen met het centraliseren van de diensten, en veel later kwam ineens alsnog een plan voor fusies uit de hemel vallen. Toen sloeg bijvoorbeeld het personeel van sociale wetenschappen op tilt: die zagen niets in een fusie met Letteren.”

Slijper: “Dat fusieplan, dat volledig van bovenaf kwam, was voor mij en veel andere stafleden inderdaad reden ons aan te sluiten bij de Verontruste VU’ers.”

Irth: “Aan de UvA hebben ze toch ook veel minder faculteiten? Je kunt je nu het proces voorstellen dat de diensten eerst centraal een kwaliteitsverbetering doorvoeren, en dat daarna faculteiten samengaan en bepaalde taken van de centrale diensten weer overnemen. Die cyclische beweging zie je overal.”

Dirk de Hoog & Marieke Schilp
11 juni 2013
hits 7627