Examencommissie aardwetenschappen luidt noodklok

ACHTERGROND

aanvullende informatie bij artikelen in het magazine en op de site

Examencommissie aardwetenschappen luidt noodklok

De voorzitter van de examencommissie van de bachelor aardwetenschappen stuurde een open brief aan het bestuur van zijn faculteit, om aandacht te vragen voor de onmogelijke druk waaraan zowel studenten als docenten blootstaan.

26 februari 2013

Onderwijsdirectie FALW

Decaan FALW

Beste Bauke, beste Nellie,

Vanuit de examencommissie Aardwetenschappen spreken we onze grote zorgen uit over de doceerbaarheid en studeerbaarheid van de bachelor aardwetenschappen, als gevolg van de opeenstapeling van wettelijke en VU bepaalde maatregelen in het onderwijs, met name voor de aardwetenschappen. (zie brief dd 6 februari van de Decaan en onderwijsdirecteur FALW) en de aansluiting met het masteronderwijs.

Als deze maatregelen onverkort worden doorgevoerd, zien we als gevolg daarvan dat docenten onmogelijk alles op 1 augustus kunnen hebben nagekeken en beoordeeld, en dat studenten daardoor massaal niet in onze masters willen en kunnen instromen, en voor een andere opleiding aan een andere universiteit  zullen kiezen.

In het kort zien we aan aantal opeengestapelde maatregelen die daartoe hebben bijgedragen:

1) Vanwege de BSA moet het eerstejaars veldverslag voor 17 juli zijn afgerond.

2) Vanwege de BSA en de minoren kan het veldverslag van het 2e jaars veldproject niet meer in het derde jaar worden nagekeken, maar moet eveneens vóór 17 juli in het tweede jaar zijn nagekeken en beoordeeld.

3) Vanwege de ‘”harde knip”’ verlangt de onderwijsorganisatie dat het bachelorprojectverslag eveneens vóór 31 juli is nagekeken, verbeterd, weer nagekeken en door een tweede beoordelaar beoordeeld en ondertekend na een mondelinge presentatie van de student. Dat vergt nogal enige tijd!

4) De instroming in de masters kan maar één keer per jaar plaatsvinden. Hierdoor worden studenten met een geringe vertraging in de bachelorafronding met een vol jaar vertraging opgescheept voor ze zich in als masterstudenten kunnen inschrijven. De UvA en Utrecht doen dat niet en bieden instroming in februari aan.

5) Alle hertentamens moeten zijn afgerond in de eerste twee weken van Juli.

Ad1) De start van het eerstejaarsveldwerk Zuid Spanje “Jumilla” is vorig jaar al verschoven van 1 juni tot 15 mei, waardoor er ruimte ontstaat begin juli om >60 (!) verslagen na te kijken, ter verbetering terug te sturen en een eindbeoordeling te geven. Dit betekent een marathon nakijksessie van slechts enkele docenten, waarbij al is aangegeven dat het beoordelen onvermijdelijk oppervlakkiger wordt, daarom de kwaliteit terugloopt, en de tijd voor feeback tot een minimum wordt teruggeschroefd. 

Ad2) Dit jaar gaat de start van de veldwerkperiode van het tweede jaar eveneens terug van 1 juni tot 15 mei, om vanaf 9 juni de studenten de gelegenheid te geven om hun verslag voor 17 juli af te ronden. Het gaat hier om tussen de 50 en 60 verslagen, waarbij eveneens de oppervlakkigheid van beoordelen zal toenemen en de kwaliteit zal teruglopen en een groot beslag wordt gelegd op de paar docenten die deze verslagen kunnen nakijken en beoordelen. Tot dit jaar zat de verslagperiode in het begin van het derde jaar, maar vanwege de minoren in het eerste semester zit daar onderwijstechnisch geen ruimte meer in. Het is zeer de vraag of dat een verstandige beslissing is, gezien het onderstaande.

Ad 3) In de brief van 6 februari geeft de onderwijsdirectie een dwingend schema aan voor het inleveren van alle cijfers voor 1 augustus, een volle maand voor het eind van het derde bachelorjaar. Hierbij komt met name het afronden van de Bachelorthesis bij aardwetenschappen in het nauw. Bij aardwetenschappen ligt de nadruk op het doen van onderzoek in de vorm van een praktijkonderzoek en data cq monsterverzameling in het veld. Hiertoe moeten de studenten al in april drie weken lang veldonderzoek verrichten, daarna hun laboratorium onderzoek moeten starten en afronden, en vervolgens eind juni hun eerste versie van de bachelorthesis ingeleverd moeten hebben. Van de docenten wordt verwacht dat ze dat verslag in eerste versie begin juli hebben nagekeken, dat de student zijn voltooide versie in dezelfde maand moet hebben ingeleverd, waarna de docent zijn eindbeoordeling moet geven, waarna een tweede beoordeelaar nogmaals de thesis moet hebben nagekeken, (en, als de plannen voor scriptiebeoordeling doorgaan, een onafhankelijke derde beoordelaar daar nog eens bovenop de scriptie moet hebben beoordeeld!). Hierbovenop komt ook nog eens de nu verplichte mondelijke presentatie van het onderzoek. Ook in juli?

De verslagen en scripties van punten 1-3 en de hertentamens van punt 5 zullen een beroep moeten doen op dezelfde poule van docenten, die dat alles in de maand juli moeten zien af te ronden. Het zal U duidelijk zijn dat het bovenstaande misschien voor de beste studenten nog uit te voeren is, maar dat de doceerbaarheid van deze studieonderdelen onuitvoerbaar, zo niet onmogelijk is. Wij voorzien dat hier grote problemen uit voort gaan vloeien, die zonder grote afbreuk te doen aan de kwaliteitseisen van aardwetenschappen, ook niet op te lossen zijn. Wij voorzien dat de examencommissie bedolven zal worden met beroepen op de zgn hardheidsclausule. In de onderwijsvisitatie werd juist gewezen op de kwaliteit van verslaglegging, en dat die extra aandacht nodig heeft. Verminderen in kwaliteit gaat dus lijnrecht tegen dit advies in.

Bij de onderwijsevaluaties scoort aardwetenschappen aan de VU onveranderlijk heel hoog. Het is een van de beste opleidingen van de VU, een van de weinigen die al jaren een voldoende haalt in NSE. Dat komt, bij monde van de reacties uit het beroepsveld (aardoliemaatschappijen, contractors etc), met name omdat aan de VU een uitstekende veldpraktijkervaring wordt gedoceerd, dit i.t.t. de opleidingen in Wageningen, Utrecht, en Delft. Wij profileren onze opleiding juist op dit aspect. Deze maatregelen vormen daarom een ernstige bedreiging voor onze aardwetenschappelijke opleiding.

Ad 4) De VU heeft er voor gekozen om maar één instroommoment in het jaar te aan te bieden voor de masteropleiding. Bovenop het bovenstaande betekent dat dat een student met ook maar een paar punten achterstand een vol jaar vertraging oploopt. Dit is een eenzijdige maatregel van de VU, die niet alle universiteiten volgen, en ook niet hoeven volgens de minister (zie bijlage kamerbrief). Studenten hebben al aangegeven bij de coordinatoren dat een jaar uitstel voor inschrijving in de master hun de studiefinanciering kan kosten.

Citaten uit de kamerbrief: “De inspectie constateert dat het merendeel van de universiteiten werkt aan meerdere instroommomenten per collegejaar” en “Ik (de minister) acht het positief dat het merendeel van de universiteiten werkt aan meerdere instroommomenten per collegejaar. Dit biedt de studenten flexibiliteit.” en “het is per 1 september alleen mogelijk (behoudens hardheidsclausule) ingeschreven te worden in een masteropleiding als het bachelordiploma is gehaald. Wel kan de student aan het onderwijs van de aansluitende masteropleiding deelnemen. Echter......kan de student geen tentamens afleggen”

Wij voorzien dat hier een aantal nadelen voor onze opleiding aardwetenschappen uit voortvloeit.

a) Docenten zullen wel tentamens laten afleggen, maar dat niet laten registreren voordat de student als master is ingeschreven, hetgeen ons niet wenselijk lijkt, maar wel praktijk zal worden. b) Dat onze bachelor studenten massaal zullen overstappen naar de future planet studies van de UvA of Aardwetenschappen Utrecht omdat die beperkingen daar niet gelden (er is op 1 februari een tweede instroommoment). Het is natuurlijk een utopie om te veronderstellen dat studenten door dergelijke dwingende maatregelen “gestimuleerd” (pistool op de borst) worden elders te gaan studeren, en dat we daar een vergelijkbare cohort studenten voor onze master voor zullen terugkrijgen. Gezien de bovenstaande harde VU restricties zullen ze zich wel twee keer bedenken.

Ad 5) De hertentamens vallen nu allemaal in juli. Dat is aan alle universiteiten gelijk, en gezien de BSA en “harde knip” zal het ook niet makkelijk anders uit te voeren zijn. Maar het komt wel nog eens bovenop de bovenstaande belastingen van de docenten. Bovendien hebben  de docenten volgens de cao recht op een aaneengesloten periode vakantie van drie weken in de zomer die voor velen samenvalt met de vakantie van de kinderen: dit jaar 6 juli, volgend jaar 28 juni, in 2015 5 juli. Hoe gaan we dat oplossen? 

Wat betreft de eerste en tweede jaars veldwerken en veldpraktika zijn al maatregelen genomen die (moet nog blijken voor het tweede jaar) met enige moeite, en wij vrezen alleen met kwaliteitsverlies, zijn uit te voeren.

Het hierbovenop verwerken van de Bachelorthesis (door vaak dezelfde docenten) in dezelfde julimaand vinden we echter onaanvaardbaar en ondoceerbaar, en zal leiden tot te laat registeren van het cijfer voor de bachelorthesis, waardoor de studenten ‘recht’ hebben op de hardheidsclausule (te beoordelen door de examencommissie).

We pleiten er hier dan ook met klem voor om de registratie van de bachelorthesis -en dan uitsluitend deze thesis, niet de overige tentamens- in augustus te laten plaatsvinden, waardoor er wat lucht komt in het systeem, en we de hoge kwaliteit van onze opleiding nog enigszins kunnen handhaven.

Het lijkt ons overdreven dat met de moderne databasetechnieken de studentenadministratie een volle maand nodig heeft om een paar vakjes in het systeem in te vullen om de bachelorexamens te registreren voor de sluitingsdatum van 1 september. Dat is meer tijd dan de docenten hebben om de bachelorthesis na te kijken en te laten registreren. Alle andere resultaten zijn dan inmiddels al wel op 1 augustus geregistreerd.

Bovendien zouden wij er op willen aandringen dat er een instroommoment komt in februari voor de masterinschrijving, en dat u daarvoor gaat pleiten bij het College van Bestuur als dat nodig is. Dit zou onze nadelige concurrentiepositie t.o.v. de UvA en RUU aanzienlijk verbeteren. Ook gezien de toekomstige AFS zou dit verstandig zijn.

Hopend op een positieve reactie,

Hoogachtend,

 

Jan Smit

Voorzitter Examencommissie Aardwetenschappen

Peter Breedveld
27 februari 2013
hits 2340