De opmars van online onderwijs

ACHTERGROND

aanvullende informatie bij artikelen in het magazine en op de site

De opmars van online onderwijs

Dit is de uitgebreide versie van het artikel Tentamen doen vanuit de Rimboe, dat op 13 februari verschijnt in Ad Valvas

Gratis online onderwijs maakt een stormachtige groei door in de Verenigde Staten. De wereld van het grote geld voorziet een nieuwe goudmijn. Ook Nederland zet zich schrap voor de digitalisering van de collegezaal.

>Universiteit Leiden is in Nederland het verst

>Het gevaar van commerciële financiers

>De VU heeft nog geen tentamens voor online studenten

>Studenten leren online een hartfilmpje maken

>Tien keer uitleggen is online geen probleem

>Nederlandse universiteiten moeten meer samenwerken

>Hoe werkt dat met online toetsing?

>Wat is het verdienmodel voor investeerders?

Heeft jouw docent statistiek al vijf keer uitgelegd wat een regressie-analyse is en wil het kwartje maar niet vallen? Heb je bijspijkercursussen nodig om aan de bachelor van je keuze te beginnen? Of wil je gewoon meer weten over de wereldgeschiedenis vanaf 1870?

Studenten van Aruba tot Zimbabwe krijgen les van professoren van de beste universiteiten. Iedereen die in zijn stoutste dromen nog geen semester aan Harvard of Stanford kan betalen, hoeft alleen maar thuis in te loggen voor een college over de Griekse oudheid, kinderziektes of moderne architectuur. Voor wie afgeladen hoorcollegezalen gewend is, zijn de beste zogeheten ‘massive open online courses’ (moocs) een verademing.

Het online zetten van hoorcolleges en lesmateriaal is niet nieuw; dat commerciële bedrijven zich op de markt storten wel. Het afgelopen jaar hebben durfkapitalisten miljoenen geïnvesteerd in de grote Amerikaanse platforms Coursera en Udacity. De prestigieuze Amerikaanse universiteiten MIT en Harvard wilden niet achterblijven: ze investeerden elk dertig miljoen dollar in edX.

 

Nederlandse pionier

De Universiteit Leiden is de eerste Nederlandse instelling die met een Amerikaans platform in zee gaat. Over een paar maanden start op Coursera een introductiecursus Europees recht, waarvoor zich zonder noemenswaardige reclamecampagne in een paar weken tijd meer dan tienduizend mensen inschreven.

“Met dit experiment onderzoeken we welke kant de universiteit de komende dertig jaar op kan gaan”, zegt Gideon Shimshon. Hij is directeur van het ‘Centre for innovation van de Faculteit campus Den Haag’. Het centre ontwikkelt de digitale colleges in samenwerking met het Europa Instituut en Leiden Law School. “Alle instellingen zetten colleges online; wij willen kijken hoe we nieuwe technieken kunnen inzetten om de onderwijskwaliteit te verbeteren.”

 

Commercieel gevaar

Ook José van Dijck, hoogleraar mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam, ziet veel voordelen. Maar ze waarschuwt: pas op voor commerciële partijen als Coursera. “Ik zou het heel jammer vinden als digitaal leren alleen maar op een commerciële manier wordt uitgebuit. Nederlandse instellingen moeten daarom een tegenwicht bieden aan de grote Amerikaanse platforms.”

Ze is vooral bang voor misbruik van de enorme hoeveelheden data die de Amerikaanse durfkapitalisten verzamelen. “Hoe Udacity, Coursera en edX geld gaan verdienen, is tot nu toe onduidelijk. Het zou best kunnen dat de gegevens die mensen achterlaten over een aantal jaar verkocht worden.” Ze verwijst naar de ontwikkeling van Facebook. “Als we niks doen, is de kans aanwezig dat we over vijf jaar alleen maar online colleges kunnen volgen waar reclames tussen geplakt zijn.”

De Technische Universiteit Delft overweegt als eerste Nederlandse universiteit colleges van het Amerikaanse MIT te gebruiken als aanvulling op eigen vakken. “Een vrij logische stap, want daar zit voor ons uitstekend onderwijs”, legt onderwijsdirecteur Anka Mulder uit.

Delft zet al jaren colleges online via het wereldwijde ‘Opencourseware consortium’ – waar Mulder voorzitter van is – en stort zich binnenkort ook op de mooc-markt. “Dan doen we om ideële redenen”, aldus Mulder. “Maar ook omdat Delft hierdoor met het onderwijs en onderzoek veel zichtbaarder wordt in de wereld.” De instelling wil zich met de online vakken sterker profileren, bijvoorbeeld met thema’s als watermanagement.

Om diezelfde reden begint de Universiteit van Amsterdam met een eigen mooc-platform.  Leiden zegt enerzijds te willen onderzoeken hoe digitale modules het contactonderwijs kunnen verbeteren. De universiteit kiest niet toevallig voor een introductie in Europees Recht: een van de onderwerpen waarmee de instelling zich profileert.

 

 

Geen tentamens

De VU biedt colleges aan op iTunes U. Vooralsnog staan daar 27 items, waaronder colleges, voorlichtingsfilmpjes en labinstructies. Deze zijn voor iedereen toegankelijk. Een verschil met andere aanbieders als Coursera, is dat online studenten bij de VU nog geen tentamens kunnen doen. Bij veel Amerikaanse instellingen kunnen studenten certificaten halen. “”Het toegankelijk maken van kennis is een maatschappelijke taak van de VU”, zegt voorlichter Björn de Boer, “maar hoe we dat in de toekomst met toetsen gaan doen, weten we nog niet.”

 

Hartfilmpje maken

Niet alleen onderzoeksuniversiteiten werken aan online onderwijs. In de VS zijn het vooral de beroepsgerichte instellingen die gebruik maken van de modules die door topuniversiteiten online worden gezet.Ook de opleiding medische hulpverlening van de Hogeschool Rotterdam is net begonnen met een experiment om de beschikbare contacttijd beter te benutten. “Voor studenten naar school komen, kunnen ze zich online verdiepen in de materie met filmpjes, foto’s en oefenvragen”, legt onderwijsmanager Cees van Bers uit.

Studenten komen daardoor met meer kennis over hygiënevoorschriften of de werking van het hart naar college. Docenten kunnen dankzij de oefenvragen precies zien met welke onderdelen van de stof studenten moeite hebben. Daar kunnen ze hun lessen vervolgens op aanpassen.

Hoewel elke student medische hulpverlening een hartfilmpje moet leren maken, werkt Rotterdam niet samen met andere opleidingen. “Onze focus is net even anders”, legt Van Bers uit. “Wij zijn minder gericht op acute zorg en leiden bijvoorbeeld ook operatieassistenten op.”

 

 

Meer samenwerken

Maar wil Nederland de Amerikanen kunnen bijhouden, dan moeten instellingen volgens UvA-hoogleraar Van Dijck wel meer gaan samenwerken. “Online lesgeven kost veel geld. Geen enkele Nederlandse instelling kan het in zijn eentje opnemen tegen Coursera of Udacity.”

Het probleem is alleen dat instellingen zich liever profileren dan dat ze samenwerken, verzucht Harold van Rijen, Utrechts hoogleraar ‘Innovatieve leervormen in het biomedisch onderwijs’. “Nederland lijdt aan het ‘not-invented-here’ syndroom. Docenten willen zelf de boeken uitzoeken en de colleges maken.”

Studenten van de Utrechtse opleiding geneeskunde, waar Van Rijen docent is, moeten voor het practicum online colleges kijken en vragen beantwoorden. Lesgeven wordt daardoor volgens Van Rijen een stuk leuker. “Ik kan meer op niveau met studenten van gedachten wisselen, in plaats van voor de honderdduizendste keer uit te leggen wat de voor- en achterkant van een hart is.”

Van grootschalige samenwerking met andere instellingen is voorlopig geen sprake. “Terwijl we sommige colleges best kunnen delen”, vindt Van Rijen. “Niet alleen met andere geneeskundestudies, maar bijvoorbeeld ook met verpleegkunde of farmacie.”

“Ik kan me goed kunnen voorstellen dat we in de toekomst meer gebruik maken van de expertise van andere instellingen”, zegt de hoogleraar. “Bij de Radboud Universiteit Nijmegen zit bijvoorbeeld heel veel kennis over nierproblemen. Waarom zouden wij in Utrecht dan geen hoorcolleges gebruiken van hun topdocenten? Omgekeerd zou Nijmegen van Utrecht modules kunnen gebruiken over hart- en vaatziekten, één van onze speerpunten.”

Goedkoop is het allemaal niet: Het UMC Utrecht heeft tot 2016 zes miljoen euro uitgetrokken om online onderwijs te ontwikkelen. Daar komt bij dat een online college vooralsnog niet meetelt als contactuur, terwijl instellingen juist meer les moeten geven.

Shimshon van de Universiteit Leiden verwacht niet dat klassikaal onderwijs gaat verdwijnen. “De centrale vraag is hoe wij onderwijs kunnen verbeteren met behulp van nieuwe online technieken, niet hoe we het kunnen vervangen.”

 

Tien keer uitleggen

“De kracht van online leren is dat het heel geduldig is”, vat de Utrechtse hoogleraar Van Rijen het fenomeen samen. “Een filmpje vindt het niet erg om iets tien keer uit te leggen. Maar de grote zwakte is dat het ook weinig flexibel is. Als een student iets niet snapt, kan een filmpje het niet op een andere manier uitleggen.”

Een oplossing voor luie studenten biedt online onderwijs ook niet. “We moeten ook bij online onderwijs rekening houden met het gebrek aan discipline van sommige studenten”, zegt Anka Mulder van de TU Delft. “Net zoals er studenten zijn die een boek maar half lezen, zullen er ook studenten zijn die de online modules niet maken.”

Hoe digitaal leren precies past in het Nederlandse onderwijsmodel, blijft voorlopig zoeken en proberen. Maar het momentum is “gigantisch”, aldus Van Rijen. “Als we niet binnen vijf jaar een manier hebben gevonden om dit een plek te geven, gaan studenten hun onderwijs ergens anders halen.”

 

Toetsing & diploma’s

Online vakken van Stanford volgen, leidt niet tot een Stanford-diploma. Want hoewel Udacity, Coursera en edX samenwerken met topuniversiteiten, zijn zij zelf (nog) geen geaccrediteerde onderwijsinstellingen. Wel krijgen deelnemers een certificaat na succesvolle afronding van een online vak. Wat daarvan de waarde is op de arbeidsmarkt moet nog blijken.

Er gaapt een groot gat tussen het aantal inschrijvingen voor een vak en het aantal studenten dat het vak succesvol afrondt. Volgens Udacity hebben zich tot nu toe zo’n 730 duizend studenten ingeschreven voor een vak, zo’n honderdduizend studenten rondden de cursus daadwerkelijk af. Dat is zo’n veertien procent. Coursera meldt dat zeven tot negen procent van de cursisten de eindstreep haalt.

Toetsing verloopt via online examens, die worden nagekeken door een computer. Dat geeft problemen met meer subjectieve vormen van examinering, zoals het schrijven van essays. Coursera experimenteert daarom met een systeem waarbij studenten worden getraind om elkaars werk te beoordelen. De oprichters van Coursera beroepen zich daarbij op recent onderzoek over crowdsourcing, waaruit blijkt dat evaluaties van verschillende mensen tot hetzelfde oordeel zou leiden als het oordeel van een docent.

Fraude ligt op de loer: anoniem achter de computer is het immers makkelijker om te spieken of hulp in te schakelen dan wanneer je fysiek in een klaslokaal aanwezig bent. Er zijn verschillende experimenten gaande om fraude bij online onderwijs tegen te gaan, zoals het verplicht aanzetten van een webcam tijdens examens, software die de toetsaanslag herkent en plagiaatdetectiesoftware. Zolang het probleem van fraude nog niet naar tevredenheid is opgelost, zal erkenning van online onderwijs waarschijnlijk problematisch blijven.

 

Geld verdienen?

Udacity en Coursera zijn commerciële organisaties, die voor hun initiatief miljoenen hebben gekregen van investeerders. Op dit moment maken de instellingen nog geen winst, maar dat zal op termijn moeten veranderen. EdX is een non-profit organisatie, maar ook dit bedrijf zal op de een of andere manier geld moeten verdienen om de kosten te dekken.

Op dit moment lijken de organisaties een zogeheten ‘freemium’-model te hanteren. Dat is een gangbaar model voor internetdiensten, waarbij er alleen voor extra diensten betaald moet worden.

Eén van de mogelijkheden is dat het volgen van de vakken gratis blijft, maar dat het behalen van een certificaat geld kost. Coursera kondigde deze maand aan dat zij voor een bedrag van dertig tot honderd dollar vijf gecertificeerde cursussen gaat aanbieden, in samenwerking met partneruniversiteiten.

Daarnaast onderzoeken Udacity en Coursera de mogelijkheid om succesvolle studenten tegen betaling in contact te brengen met geïnteresseerde werkgevers. Ook reclame, begeleidend studiemateriaal en netwerkevenementen zijn genoemd als mogelijke bronnen van inkomsten.

Het vermoeden van UvA-hoogleraar José van Dijck dat Udacity, Coursera en edX op termijn informatie van gebruikers zullen verkopen, wordt door de aanbieders van online onderwijs tegengesproken. “Wij delen alleen informatie wanneer studenten er specifiek voor kiezen om hun deelname en scores te delen met werknemers”, zegt woordvoerder van Udacity. Ook Coursera zegt geen informatie te verkopen. EdX meldt dat zij gegevens van studenten uitsluitend gebruikt om te kijken hoe het onderwijs beter kan.

Petra Vissers en Eva de Valk (HOP)/Welmoed Visser
05 februari 2013
hits 2935